WERVELMEMORANDUM VOOR EEN LANDBOUW MET TOEKOMST N.a.v. de Europese, Federale en Regionale verkiezingen

1. De grond : een basisproductiemiddel

– Bescherming van landbouwgronden tegen grondspeculatie en wildgroei voor andere doeleinden dan landbouw. Effectieve invoering van het verdichtingsprincipe in de stedenbouw.

– Plafonnering van de prijs van landbouwgronden, zowel voor verkoop als voor verpachting.

Actieve rol van de overheid in het beheer van de landbouwgronden.

2. De landbouw: een beroep met toekomst

– Rechtvaardige verdeling van de marges binnen de verschillende schakels van de voedselketting, met bijzondere aandacht voor prijzen en inkomens van de boer en van de consument. Effectieve bevoegdheid van het ketenoverleg hierin, op basis van de waarnemingen door het prijzenobservatorium.

– Recht op onderhandeling door producentenorganisaties met handel, industrie en distributie over sectorale overeenkomsten inzake prijzen en volumes van landbouwproducten.

3. Moderne landbouw gebaseerd op agro-ecologie

– Ontwikkelen van de beste methoden inzake agro-ecologie in combinatie met biologische landbouw, in functie van de landbouwregio’s en de landbouwteelten. Grotere rol hierin van onderzoek en ontwikkeling door de overheid.

– Streven naar grondgebonden veehouderij, in functie van de beschikbare voederoppervlakte. Streven naar gemengde bedrijven of naar complementaire samenwerking tussen akkerbouw- en veeteeltbedrijven.

– Investeren in eiwithoudende voeder- en voedingsteelten, ook in teelten met veelzijdige toepassingen zoals kemp.

– Ontwikkelen en verspreiden van technieken, teelten en landbouwmethoden, onder meer bomenlandbouw, om het humusgehalte en de vastlegging van koolstof in de bodems gestadig te verhogen.

– Integratie van agro-ecologie met het waterbeheer en met het behouden en verhogen van de biodiversiteit.

Herstel en behoud van de bodem in zijn functies als zuiverend organisme, als opslagreservoir van grondwater en als buffer van de afvoer van oppervlaktewater.

Herstel en behoud van de bodem in zijn functie van drager en voeder van ondergronds en bovengronds levende organismen, in een zo groot mogelijke onderlinge samenhang (symbiose) en diversiteit.

4. Gezonde en toegankelijke voeding

– Efficiënte en transparante werking van het Voedselagentschap. Meer controles in bedrijven waar zich de grootste risico’s voordoen. Nadruk op begeleiding en niet op sanctionering, voor kleinere

bedrijven en coöperatieven.

– Nastreven van een goed evenwicht in de voeding door gebruik van meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke eiwitten. Minder publiciteit voor en gebruik van suikers en vetten. Zo weinig mogelijk geraffineerde voedingsproducten. Voorrang in keukens van openbare diensten, scholen en bedrijven aan lokale en seizoensgebonden producten, afkomstig van landbouwbedrijven die duurzame praktijken toepassen.

– Plafonnering van de prijzen van basisvoeding, waarbij gekort wordt op winstmarges van de distributie.

5. Steun aan de lokale landbouw, streven naar voedselsoevereiniteit

– Steun aan de korte keten, erkenning van de rol van de boer in verwerking en vermarkting van voedsel, als evenwaardige partner naast de agro-industrie en de grootdistributie.

– Uitbouw van zones of gordels rond de steden, waar voedsel geteeld wordt in functie van de voedselvoorziening van die steden.

– Oprichting van regionale en intercommunale groothandelsmarkten die zich bij lokale producenten bevoorraden tegen kostendekkende prijzen.

6. Grondige hervorming van het GLB

– Bescherming van de interne landbouwproductie gebaseerd op een gezond, duurzaam en sociaal rechtvaardig landbouw- en voedingsmodel. Uitsluiting van internationale handelsakkoorden die hieraan niet voldoen. Geen handel zonder gelijkwaardige normen of niet gebaseerd op reële behoeften.

– Regeling van de markten van de belangrijkste landbouwproducten op basis van quota gebaseerd op de binnenlandse vraag, naargelang de specificiteit van elk land en elke regio.

– Het systeem van inkomenspremies (hectaresteun) dient evenwichtiger en vooral rechtvaardiger te worden. Criteria als reële landbouwactiviteit en tewerkstelling inbouwen en een bijkomende positieve impact op het premieniveau voorzien van geleverde diensten aan de maatschappij (bijvoorbeeld maatregelen voor biodiversiteit en koolstofopslag). Positieve discriminatie (toekenning van hogere premies) van kleine bedrijven en van diverse samenwerkingsvormen.

– Garantie voor rechtvaardige inkomens voor de landbouwers. Voor productie- en aanbodbeheersing, met het oog op stabiele en voldoende landbouwprijzen, moet ook gebruik gemaakt kunnen worden van minimumgarantieprijzen en openbare opslag.

Wervel, Brussel, 24 april 2019.

Advertenties

Boerin en boer gaan in beroep tegen verkoop landbouwgrond door OCMW Gent

29 april 2019

De boer en boerin die een rechtszaak aanspanden tegen het OCMW van Gent gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg. In 2016 verkocht het Gentse OCMW 450 ha vruchtbare landbouwgrond in een blok aan een investeringsmaatschappij in handen van Fernand Huts. Op 30 april start de beroepsprocedure. Verschillende boerenbewegingen, middenveldorganisaties en academici steunen de beslissing.

De rechter in eerste aanleg nam geen beslissing over de inhoud, maar verschuilde zich achter procedurele argumenten en verklaarde de zaak onontvankelijk. Annelies Marchand en Pieter van Poucke, lokale landbouwers en werkzaam in de Gentse korte keten hebben nu besloten om deze beslissing aan te vechten. Zij en vele andere landbouwers zagen hun kans op het bewerken van een stukje publieke grond aan zich voorbijgaan. 79 aparte percelen werden immers in één blok verkocht voor 17,5 miljoen euro. Geen enkele landbouwer kan zo’n bedrag ophoesten.

“Wij denken dat het enorm belangrijk is dat de rechter zich uitspreekt in deze zaak en gaan daarom in beroep,” vertelt Annelies. “Het is onrechtvaardig dat een rijke industrieel 450 Ha publieke landbouwgrond kan aankopen aan een prijs van 39.000 € per ha terwijl kleine boeren bijna het dubbele moeten betalen op de privémarkt. Het zijn nochtans de landbouwers die de samenleving van voedsel voorzien. Inmiddels heeft het investeringsbedrijf al een deel van de gronden doorverkocht. Dat de gronden op zo’n korte tijd terug van de hand gedaan werden ondanks hoge notariskosten bevestigt dat de aankoopprijs ver onder de marktprijs lag.”

De laatste jaren hebben de Vlaamse steden en gemeenten massaal eigendommen verkocht. Op die manier willen ze andere noodzakelijk investeringen financieren. Vanuit een korte-termijnperspectief is deze beslissing begrijpelijk, maar op langere termijn geven we hiermee onze voedsel autonomie nog verder uit handen. Grond wordt steeds schaarser en dat hebben ook de investeerders van deze wereld begrepen. In België, Europa en de rest van de wereld zien we dat nieuwe spelers zich op de grondmarkt begeven voor speculatieve doeleinden. Dit gaat ten koste van de boeren en boerinnen die deze grond nodig hebben om hun beroep te beoefenen.

Tijs Boelens van het Boerenforum vult aan: “Met 450 Ha zou het OCMW ieder jaar 4500 mensen kunnen voeden. De betwiste gronden hebben gedurende 750 jaar onder die logica in de handen van het OCMW vertoefd. Het is jammer dat het OCMW deze enorm waardevolle publieke eigendommen van de hand deed. Het OCMW zou landbouw en voedsel moeten integreren in haar beleid want toegang tot gezond voedsel maakt deel uit van de verantwoordelijkheid van een OCMW om iedereen een menswaardig leven te garanderen. Gezond, lokaal en duurzaam voedsel is echter enkel mogelijk indien Boerinnen en boeren toegang hebben tot landbouwgrond. Daarom vragen wij een moratorium op de verkoop van publieke landbouwgronden en willen we dat deze gronden worden ingezet voor lokale landbouw”.

Op 25 april vond in Gent een debat plaats over de zaak. Daarin meldde een deelnemer dat het OCMW nog steeds gronden aan het verkopen is zonder enige voorwaarde rond duurzame landbouw te stellen. Ze

passen hierbij opnieuw de procedure onder gesloten omslag toe, zoals dit gebeurde met de zaak Huts. Het is niet duidelijk hoe deze beslissing te rijmen valt met de lokale voedselstrategie van de stad.

Boerenforum, FIAN Belgium en het collectief de Hongerige Stad nodigen iedereen die de boer en boerin willen ondersteunen uit om op dinsdag 30 april om 8u aanwezig te zijn aan het gerechtsgebouw in Gent waar het beroep zal worden ingeleid. Om 8u30 zal Annelies Marchand de pers te woord staan.

Perscontact:

Annelies Marchand, de Vierklaver en Boerenforum (voor de landbouwers die in beroep gaan): 0472 19 43 16 Hanne Flachet, FIAN Belgium (in verband met de steunverklaring): 0484 96 04 30

De grond van de zaak is de zaak van de grond!

Wanneer: Donderdag 25 april 2019 om 20:30 tot 22:30
Waar: Kunstencentrum Vooruit, Foyer

In 2016 verkocht het Gentse OCMW 450 hectare landbouwgrond aan een investeringsmaatschappij uit de portefeuille van Fernand Huts. Eén boer en enkele burgers besloten een rechtszaak aan te spannen om de verkoop ongedaan te maken. Naar aanleiding van de zogenaamde “zaak Huts” kwam er een diepgaand maatschappelijk debat over grond op gang zowel in Gent als daarbuiten.
Met dit forum willen we het debat verder inhoudelijk voeden. Daarom nodigen we verschillende experten uit die hun visie en voorstellen komen delen. We gaan dieper in op het waarom van de rechtszaak: wat is de rol van de overheid in het vrijwaren van grond en hoe kan grond worden ingezet voor het algemeen belang, voor voedselproductie en een klimaatomslag? Hoe kan de overheid dit concreet aanpakken? Wat kunnen de regionale en lokale besturen doen en kunnen we inspiratie halen uit het buitenland? Welke rol voor burgers in het beslissen over de inzet van publieke gronden.
Kom luisteren of je eigen standpunt verdedigen. Grond gaat ons namelijk allen aan, want de zaak van de grond is de grond van de zaak!

Programma:

Deel 1: sprekers
– Peter Vanden Abeele: Gentse stadsbouwmeester, presenteert zijn visie op publiek eigendom als hefboom voor duurzaamheid in stedelijke ontwikkeling
– Anna Verhoeve: Onderzoeker ILVO: Presenteert haar studie over het Franse gronden-observatorium SAFER en wat we kunnen leren voor België

Deel 2: Panelgesprek
– Peter Vanden Abeele
– Anna Verhoeve
– Annelies Marchand, boerin bij de Vierklaver en lid van Boerenforum
– Andere sprekers te bevestigen

Meer info: https://www.facebook.com/events/386722512174106/

72 uur van de melk

Volgende week wordt de 72 uur van de melk georganiseerd. Het is een initiatief van producentenorganisaties van West-Afrika en Europa, i.s.m. enkele NGO’s, ondersteund door de Coalitie tegen de Honger.

Op woensdag 10 april nemen we deel aan de publieke actie bij het Schumanplein voor een symbolische actie ten aanzien van de Europese instellingen, in aanwezigheid van Europese en West-Afrikaanse boeren. Kom ons vergezellen om 11 uur aan het Schumanplein (Rond-Point Robert Schuman, 1000 Brussels)

Daar ondertekenen we samen met Afrikaanse en Europese producentenorganisaties de verklaring voor lokale en eerlijke melk.

Dit is een thema waar we als boerenforum graag op inspelen: mondiale handel zorgt voor artificiële prijsdruk op landbouwproducten zowel bij ons als overal ter wereld.

Klimaatverandering vraagt om duurzame landbouw

We hebben nood aan een veerkrachtig landbouwmodel dat bestand is tegen de grillen van het klimaat. Tijs Boelens somt de ingrediënten van zo’n model op.

Boer bij De Groentelaar en kernlid van Boerenforum, een organisatie voor agro-ecologie en eerlijke landbouw.

We mochten vaststellen dat het landbouwrampenfonds leeg is (DS 11 maart). Het duurde nog geen drie jaar voor het was leeggepompt, angstwekkend snel als je weet dat de klimaatverandering nog maar pas begonnen is. Het politieke gehakketak over het rampenfonds laat mij koud. Wat mij niet zint, is dat er geen snelle reactie komt op de klimaatsverandering. Er wordt niet nagedacht over hoe we onze landbouw klaarstomen voor het weer van morgen.

Als we de geschiedenisboeken erop naslaan, leren we dat elke cultuur ten onder ging wanneer haar landbouwmodel faalde. De burgeroorlogen of invasies die het einde van verschillende beschavingen tekenden, waren eerder een gevolg van de honger dan de oorzaak ervan. Aan de basis lag vrijwel altijd dat de landbouw ‘te goed werd’ en dat de grenzen van het ecosysteem iets te lang werden overschreden.

Maar ‘te goed’ worden lijkt niet de eerste bekommernis van de Europese landbouw. De voorbije decennia moesten de Europese boerenbedrijven vooral voldoen aan het motto ‘groter, sneller en meer’. En Vlaanderen hoort nog steeds bij de beste leerlingen van de klas. De stallen voor 140 melkkoeien waren nog niet afbetaald of we kregen al te horen dat 300 het nieuwe doel is. Vijftig jaar na de aanvang van de Mansholt-doctrine – zo veel mogelijk efficiënt produceren voor zo weinig mogelijk geld – kijken we met z’n allen uit over een leeg boerenlandschap. Geen hagen meer, geen hoogstamboomgaarden, lagere waterstanden dan ooit tevoren en een steeds acuter tekort aan boeren. En dat terwijl we nood hebben aan een veerkrachtig landbouwmodel, eentje dat om kan met de grillen van het klimaat.

Geen nood aan topsportkoe

De stallen voor 140 melkkoeien waren nog niet afbetaald of we kregen al te horen dat 300 het nieuwe doel is

Wat zijn de ingrediënten van zo’n landbouwmodel?

1. Robuuste rassen gaan samen met robuuste bedrijven. We hebben geen topsportkoe nodig die 10.000 liter melk per jaar produceert, we hebben nood aan een koe die ‘altijd’ 5.000 liter produceert. De pieken die de moderne melkkoeien halen zijn alleen mogelijk met een uitgekiend voederrantsoen, maar één droog jaar of één slecht Braziliaans sojaseizoen en die koe stort in. Letterlijk. Dat verhaal van robuuste rassen gaat ook op voor appelen, graan, groenten en aardappelen. Het is leuk als een gewas veel opbrengt, maar de vraag is of die productie haalbaar is binnen de grenzen van ons ecosysteem.

2. Diversiteit in het landbouw­landschap is een garantie op succesvol boeren. Haagkanten beschermen je tegen winderosie en uitdroging, maar ook diversificatie in de teelten is nodig. Als het binnen één gemengd bedrijf niet meer mogelijk is om in te staan voor plantaardige en dierlijke productie, voor fruit en voor groenten, voor de productie van graan en brandhout, dan moet je binnen een regio samenwerken met andere bedrijven. Een tegenvaller in de ene teelt genereert kansen in de andere.

3. Sterke ketens tussen de bedrijven zijn een noodzaak, maar ook met de afnemers moet je solidair zijn. Het mooiste voorbeeld daarvan is de community supported agriculture (CSA). Toen we met het Boerenforum vorig jaar navraag deden naar de nood aan steun uit het rampenfonds was de reactie van een van de CSA-boeren: ‘Ik heb mijn groep CSA-leden, wij lossen dat samen op.’ Dat toont aan dat basissolidariteit mogelijk is en dat ze haar vruchten afwerpt. En dat met name in de korte keten.

4. Een veerkrachtig landbouwmodel stopt de bodem vol humus. Weg met de kunstmest en die pesticiden, voer de organische mest maar aan. Wat je eigenlijk als boer wil doen, is koolstof ín de bodem steken, zodat die als een spons het water vasthoudt. De internationale boerenorganisatie La Via Campesina zegt niet voor niets dat duurzame boeren de planeet afkoelen. Als je de landbouw door een duurzame bril bekijkt, wordt hij een antwoord op het klimaatprobleem. Het is tekenend voor onze samenleving dat landbouw nu wordt gezien als een probleem.

Waarom ontbreekt het in onze samenleving aan daadkracht om meer duurzame boerderijen op te richten? Dat ligt aan de economie en aan de subsidies. Vlaanderen moet werken aan een voedselstrategie waarbij voedselzekerheid primeert. Het belang van internationale handel is daaraan ondergeschikt. Voedsel vormt niet voor niets de basisbehoefte van de piramide van Maslow, samen met schone lucht en zuiver water.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190311_04246356

Boer moet risico’s extreem weer zelf dragen

De klimaatverandering veroorzaakt te vaak extreem weer. Daarom wordt het landbouwrampenfonds afgeschaft en moeten landbouwers zichzelf verzekeren. Maar de verzekeringssector ziet dat niet zitten.

brusselDe droogte van afgelopen zomer werd erkend als natuurramp, net als de overvloedige regenval eind mei 2016. De landbouwers die hun oogst verloren zagen gaan, konden daarvoor een schadevergoeding vragen aan het landbouwrampenfonds. Maar het zal misschien wel de laatste keer zijn geweest. Want de Vlaamse regering besliste dat het fonds eind dit jaar ophoudt te bestaan. Boeren moeten zich dan privé verzekeren tegen extreme weersomstandigheden.

Via het Vlaams Parlement wil men nu met spoed een voorstel van decreet goedkeuren om die brede weersverzekering mogelijk te maken. De stemming moest voor de krokusvakantie plaatsvinden, maar de oppositie vroeg een tweede lezing. Woensdag wordt het decreet opnieuw besproken. ‘Er is totaal geen duidelijkheid over hoe het nieuwe systeem in de praktijk zal werken: noch over de hoogte van de premies, noch over de voorwaarden en criteria waaraan de vergoedingen moeten voldoen’, zegt Bart Caron, Vlaams Parlementslid voor Groen. ‘In plaats van een solidair systeem privatiseert men zo de klimaatrisico’s voor de boeren.’

Die private weersverzekering bestaat al vijf jaar in Nederland, in Frankrijk zelfs iets langer. Maar slechts 10 tot 15 procent van de boeren is erbij aangesloten. Nochtans is de Boerenbond niet tegen die privatisering. ‘De weersomstandigheden zijn zoveel extremer geworden dat het te vaak voorkwam dat het rampenfonds tussenbeide moest komen’, zegt woordvoerder Vanessa Saenen. ‘Wij zijn niet tegen een private verzekering, maar we wilden wel dat er een langere overgangsperiode zou komen, zodat de verzekeraars zich behoorlijk konden voorbereiden. Als het decreet niet snel wordt goedgekeurd, hebben we straks geen rampenfonds én geen weersverzekering.’

Twaalf jaar

Maar de verzekeringssector staat niet te springen om een weersverzekering aan te bieden aan de landbouwers. ‘Zo’n oogstverzekering is niet populair, omdat we er geen ervaring mee hebben’, zegt Wauthier Robyns van Assuralia. ‘Wat is een goed of een slecht seizoen? Hoe stel je schade vast? Is er een verschil tussen een weerramp in het begin van het groeiproces en op het einde? Verzekeraars zijn beducht voor een te sterke correlatie, namelijk te veel verzekerden die tegelijk schade hebben.’

Hendrik Vandamme van het Algemeen Boerensyndicaat heeft weinig begrip voor de houding van Assuralia. ‘Wij zijn niet bepaald blij met de afschaffing van het rampenfonds, maar dit dossier ligt al twaalf jaar op tafel en Assuralia heeft al die jaren nagelaten om iets uit te werken. Daarom hebben we contact opgenomen met buitenlandse verzekeraars, met de vraag om hier hun product op de markt te brengen. Er is interesse uit Duitsland, misschien ook uit Nederland.’

Maar kunnen boeren, die het vaak al niet breed hebben, zo’n verzekering betalen? De overheid zal de verzekering gedeeltelijk en voor een aantal jaren subsidiëren. Europa laat dat toe, tot 70 procent van de premie. ‘Dan moet dat haalbaar zijn’, zegt Vandamme. ‘Maar de premie hangt natuurlijk ook af van hoeveel procent risico een boer zelf wil nemen.’

De tijd dringt, want binnen vier weken gaat het parlement in reces.

Tijs Boelens van Boerenforum, een alternatieve boerenorganisatie, heeft nog een bedenking: het hele beleid met zijn subsidiepolitiek stuwt de landbouwer naar maximale productie. Maar er wordt niet nagedacht hoe we gaan produceren bij extreme droogte, natheid en een onregelmatig klimaat. Wij experimenteren om ons voedselproductiesysteem veerkrachtiger te maken, maar vanuit de overheid komt daarvoor weinig steun.’

Van de standaardredactrice Inge Ghijs 11/03/2019

 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190310_04243921

Opiniestuk met betrekking tot landbouwrampenfonds

Geachte burger,

Het landbouwrampenfonds is leeg. Morgen – 26 februari 2019 – debatteert uw parlement over de privatisering van de terugbetaling van natuurrampen voor landbouwers (m/v). Ze doet dat simpelweg omdat het landbouwrampenfonds na de droogteschade van vorig jaar op is.

Jaja, u leest het goed, in tijden van potentiele klimaatchaos zal de private sector morgen uw boeren ondersteunen in de zware taak om te overleven en financieel gezond te blijven. In de wandelgangen hoorden we reeds dat de private sector zelf niet staat te springen om boeren in de 21ste Eeuw te beschermen tegen klimatologische problemen. Misschien is dat een teken aan de wand dat het voor de landbouwsector zelf enorm belangrijk is dat onze overheid werk maakt van een sluitend klimaatvriendelijk beleid.

Maar er is meer. Het landbouwrampenfonds heeft talloze boeren (m/v) geholpen. Elke ramp – van stormschade tot modderstromen, van droogte tot vorst – heeft haar reserves uitgeput en niemand heeft daar verandering in gebracht. Boeren kregen steun zolang de voorraad strekte en die steun werd gegeven zonder na te denken waar het heen moest met het fonds… en met de landbouwsector zelf.

Boeren die klimaatvriendelijker werkten – door productie voor de lokale markt, door agroforestry, door de opbouw van humus in hun bodem – kregen geen ‘bonuspunten’. En boerinnen die pionierden in klimaatadaptieve landbouwtechnieken – gebruik van regenwater, werken met robuuste rassen die klimaatextremen beter aankunnen of snel nieuwe teelten opzetten in een kleinschaligere boerderijsetting – werden niet steevast gesteund door het beleid. Meer zelfs, door hun atypische bedrijfsvoering was het voor velen onder hen niet vanzelfsprekend om de formulieren voor het rampenfonds in te vullen. Dat bleek ook bij een bevraging die het Boerenforum deed bij haar achterban – van de beperkte groep die de enquête invulde bleek dat meer dan 75% de officiële schadedossiers niet indienden, terwijl meer dan 90% aangaf dat er schade was. De redenen ervoor waren de complexiteit van teeltplannen, de geringe steun tegenover de hoge omzet per hectare in een kleinschaliger landbouwbedrijf, de directe ondersteuning van de klanten tot zelfs een regelrecht ongeloof dat ze dergelijke steun zouden krijgen.

Dit werpt twee vragen op:

1. hebben de dames en heren politici vandaag in het parlement rekening gehouden met de ‘andere’ landbouwbedrijven? Met de bedrijven die niet gaan voor groter, harder en meer, maar voor kwalitatiever, socialer en milieuvriendelijker. Wij hebben met het Boerenforum alvast 20 boeren gevonden die aangeven dat ze hun ‘atypische’ schadedossiers wel willen opstellen, maar dan wel op een manier die ze passend vinden voor hun bedrijfsrealiteit. Misschien is dat meteen een kans voor een gedegen onderzoek en voor aanbevelingen vanuit een objectieve onderzoeksinstelling.

2. Heeft de politiek in haar totaliteit al begrepen dat er werk moet worden gemaakt van een voedselstrategie? Neen, beste fans van de haven van Antwerpen, ik bedoel niet een exportstrategie, ik bedoel een voedselstrategie. Een voedselstrategie is het titanenwerk waarbij elke beschaafde samenleving haar gemeenschap probeert te garanderen dat er altijd toegang is tot gezond – lees gezond – voedsel. Dat betekend uw samenleving garanderen dat er steeds brood zal liggen op de plank, fruit in de mand, groenten in de koelkast en zo nu en dan, voor de liefhebbers, vlees op het bord…

Vlaanderen heeft vandaag geen voedselstrategie en ik zie dat met mijn lede boerenogen aan. Net als de klimaatjongeren tekent het Boerenforum verzet aan tegen de kortzichtigheid in ons Vlaanderenland. Blijkbaar zijn onze beleidsmakers te verwend – of moet ik zeggen te verwesterd – om zich met de grond van de zaak bezig te houden… en die zaak is onze toekomst en die van onze kinderen.

En hun kinderen.

En de generaties daarna.

Tijs Boelens

Tijs Boelens is boer bij De Groentelaar en kernlid van het Boerenforum. Tevens harde werker aan een voedselstrategie in regio Pajottenland en Zennevallei en daarvoor naar eigen zeggen sterk aan het samenwerken met het sociaal middenveld in de regio van Halle tot Brussel.

Wervel en Boerenforum laten boeren aan het woord.

De twee alternatieve landbouworganisaties – Wervel en het meer recent opgerichte Boerenforum – bundelen hun krachten om een ander landbouwbeleid te vragen. Met een postkaart, gericht aan minister-president Geert Bourgeois, willen ze aandacht vragen voor een toekomstgericht landbouwbeleid na 2020. “Boeren en boerinnen werken dag in dag uit voor het voedsel en het landschap van de toekomst”, klinkt het. “Een ander beleid is nodig om hen hierin bij te staan.” Daarnaast willen beide organisaties ook de landbouwer zelf aan het woord laten over de situatie waarin ze nu moeten werken. De interviews in een nieuwe brochure lezen als een aanklacht tegen de ‘reëel bestaande landbouw’. Het idee er achter is het volgende: “Door een forum aan te bieden aan verschillende stemmen hopen we het debat te verrijken.”

In 2020 wordt het Europese Gemeenschappelijk landbouwbeleid vernieuwd. Een belangrijke verandering is dat de lidstaten meer de vrijheid en de verantwoordelijkheid krijgen om eigen accenten te leggen. “Daarom wil Wervel dat de toekomstige Vlaamse regering luistert naar de stem van de landbouwers”, laat de organisatie weten. Ook Boerenforum schaarde zich achter het project. Samen gingen ze verschillende landbouwers interviewen om een antwoord te vinden op de vraag ‘Een andere landbouw, hoe kan die er uit zien?’.

“Eigenlijk is er nood aan een grote systeemverandering, namelijk enkel produceren voor de lokale, Belgische markt”, stelt varkenskweker Luc Van Dommelen. “We moeten de helft – het kan ook 40 procent zijn of 60 procent – minder varkens produceren. Daardoor komt er meer plaats voor de varkens in hun hokken, zal er minder stress zijn en ook een betere diergezondheid, uiteraard ook minder antibioticaverbruik. Een lagere productie brengt tevens minder soja-import mee. Maar in ruil is er wel een eerlijke prijs nodig. Op de binnenlandse markt zou dat kunnen.”

Ook Tijs Boelens, akkerbouwer uit het Pajottenland, heeft een eigen visie op het landbouwbeleid. Samen met twee collega’s runt hij een coöperatief groente- en akkerbouwbedrijf, ‘de Groentelaar’. Hij zet vooral in op agro-ecologie. “Het gaat om een manier van denken en handelen die ernaar streeft om de voordelen van de natuur door de boer zelf aan te wenden in de landbouwpraktijk”, legt hij uit.

“Essentieel in agro-ecologie is samenwerking”, vervolgt Boelens. “Een voorbeeld van die samenwerking kan je zien in mijn bedrijfsvoering: een bevriend koppel zocht 15 hectare grond voor de mengteelt van grasklaver voor hun biobedrijf. Een andere boer die 30 hectare bewerkte, maar failliet ging door de melkcrisis van 2009, stelde voor om die te gaan telen op zijn velden. Dat gaf hem de kans om zelf ook naar de biologische teelt om te schakelen en zo minder inputs en meer autonomie te verwerven.”

“Het beleid moet zowel deze voortrekkers ondersteunen, als de conventionele boeren aanmoedigen in de verandering naar een duurzaam en veerkrachtige landbouw”, stellen Wervel en Boerenforum. “Maar bovenal moet er gestreden worden tegen de oneerlijke handelspraktijken en voor het bewerkstelligen van een faire prijs en een goed inkomen voor boeren en boerinnen.”

Benieuwd naar de interviews? Je kan de brochure ‘Boeren aan het woord’ bestellen via de website van Wervel.

Bronhttp://www.vilt.be/wervel-en-boerenforum-laten-boeren-aan-het-woord

Beeld: Wervel / Boerenforum