Wervel en Boerenforum laten boeren aan het woord.

De twee alternatieve landbouworganisaties – Wervel en het meer recent opgerichte Boerenforum – bundelen hun krachten om een ander landbouwbeleid te vragen. Met een postkaart, gericht aan minister-president Geert Bourgeois, willen ze aandacht vragen voor een toekomstgericht landbouwbeleid na 2020. “Boeren en boerinnen werken dag in dag uit voor het voedsel en het landschap van de toekomst”, klinkt het. “Een ander beleid is nodig om hen hierin bij te staan.” Daarnaast willen beide organisaties ook de landbouwer zelf aan het woord laten over de situatie waarin ze nu moeten werken. De interviews in een nieuwe brochure lezen als een aanklacht tegen de ‘reëel bestaande landbouw’. Het idee er achter is het volgende: “Door een forum aan te bieden aan verschillende stemmen hopen we het debat te verrijken.”

In 2020 wordt het Europese Gemeenschappelijk landbouwbeleid vernieuwd. Een belangrijke verandering is dat de lidstaten meer de vrijheid en de verantwoordelijkheid krijgen om eigen accenten te leggen. “Daarom wil Wervel dat de toekomstige Vlaamse regering luistert naar de stem van de landbouwers”, laat de organisatie weten. Ook Boerenforum schaarde zich achter het project. Samen gingen ze verschillende landbouwers interviewen om een antwoord te vinden op de vraag ‘Een andere landbouw, hoe kan die er uit zien?’.

“Eigenlijk is er nood aan een grote systeemverandering, namelijk enkel produceren voor de lokale, Belgische markt”, stelt varkenskweker Luc Van Dommelen. “We moeten de helft – het kan ook 40 procent zijn of 60 procent – minder varkens produceren. Daardoor komt er meer plaats voor de varkens in hun hokken, zal er minder stress zijn en ook een betere diergezondheid, uiteraard ook minder antibioticaverbruik. Een lagere productie brengt tevens minder soja-import mee. Maar in ruil is er wel een eerlijke prijs nodig. Op de binnenlandse markt zou dat kunnen.”

Ook Tijs Boelens, akkerbouwer uit het Pajottenland, heeft een eigen visie op het landbouwbeleid. Samen met twee collega’s runt hij een coöperatief groente- en akkerbouwbedrijf, ‘de Groentelaar’. Hij zet vooral in op agro-ecologie. “Het gaat om een manier van denken en handelen die ernaar streeft om de voordelen van de natuur door de boer zelf aan te wenden in de landbouwpraktijk”, legt hij uit.

“Essentieel in agro-ecologie is samenwerking”, vervolgt Boelens. “Een voorbeeld van die samenwerking kan je zien in mijn bedrijfsvoering: een bevriend koppel zocht 15 hectare grond voor de mengteelt van grasklaver voor hun biobedrijf. Een andere boer die 30 hectare bewerkte, maar failliet ging door de melkcrisis van 2009, stelde voor om die te gaan telen op zijn velden. Dat gaf hem de kans om zelf ook naar de biologische teelt om te schakelen en zo minder inputs en meer autonomie te verwerven.”

“Het beleid moet zowel deze voortrekkers ondersteunen, als de conventionele boeren aanmoedigen in de verandering naar een duurzaam en veerkrachtige landbouw”, stellen Wervel en Boerenforum. “Maar bovenal moet er gestreden worden tegen de oneerlijke handelspraktijken en voor het bewerkstelligen van een faire prijs en een goed inkomen voor boeren en boerinnen.”

Benieuwd naar de interviews? Je kan de brochure ‘Boeren aan het woord’ bestellen via de website van Wervel.

Bronhttp://www.vilt.be/wervel-en-boerenforum-laten-boeren-aan-het-woord

Beeld: Wervel / Boerenforum

Advertenties

Workshop Landbouw en klimaatverandering : verslag

Wat zijn de uitdagingen ? Welke acties zijn nodig ?

Op 15 november 2018 kwamen een tachtigtal landbouwers, burgers, academici en mensen uit de klimaatbeweging samen in Aat voor een workshop over landbouw en klimaatverandering. Een dag met interessante presentaties en debatten. Dit artikel vat de belangrijkste discussies en conclusies samen. De workshop werd georganiseerd door FIAN Belgium in samenwerking met Boerenforum, IPES Food, FUGEA en MAP.

Op deze dag stelden Fian ook hun nieuwe Beet the System voor, met 11 interessante artikels over dit thema. Lees de artikels hier in het Frans. Vanaf januari publiceren ze elke maand één van de artikels in het Nederlands. Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven voor de nieuwsbrief van Fian.

Deel 1 : Plenaire gedeelte met presentaties van Olivier de Schutter, Philippe Marbaix en Virginie Raynal

Philippe Divivier van FUGEA zorgde voor een welkomstwoord waarin hij benadrukte dat landbouwers dikwijls met de vinger worden gewezen als het over het klimaat gaat. Tegelijkertijd ondervinden de landbouwers als één van de eerste de impact. Hij riep hen daarom op om het thema niet uit de weg te gaan, maar het vast te grijpen en met oplossingen te komen, want die zijn er.

Het woord ging vervolgens naar Olivier de Schutter, IPES-food. In zijn presentatie legde hij de nadruk op het feit dat het huidige voedselsysteem focust op productiviteitsverhoging en prijsverlaging. Deze manier van produceren brengt echter grote sociale-, milieu en gezondheidskosten voor de samenleving met zich mee. Het systeem wordt in stand gehouden door verschillende factoren die elkaar onderling versterken zoals technologie, consumptiepatronen, ons politiek systeem enz. Agroecology kan hier een antwoord op bieden. Daarom hebben we nood aan een systeemverandering die er enkel kan komen door nieuwe bondgenootschappen aan te gaan, een holistische lange termijn aanpak en een democratisch beheer van onze voedselsystemen.

Na Olivier de Schutter was het de beurt aan Philippe Marbaix, klimatoloog aan de UCL. Hij gaf een overzicht van de huidige situatie met betrekking tot het klimaat. De opwarming van de aarde ligt vandaag ver boven wat historisch normaal was in interglaciale tijden en het is duidelijk dat dit het gevolg is van menselijke activiteit. Hij beschreef de verschillende scenario’s waarin we ons in de toekomst kunnen bevinden afhankelijk van de beslissingen die in de komende jaren genomen zullen worden. Een opwarming van 1,5 graden zal al zware gevolgen hebben zoals droogte en meer extreme weersomstandigheden. Het rendement in de landbouw ondervindt vandaag al gevolgen van de klimaatverandering en dit zal erger worden in de toekomst. De enige oplossing is een onmiddellijke daling van de broeikasgasuitstoot om te komen tot een 0 uitstoot in 2050 en een negatieve netto uitstoot in 2100. Dit zal zeer moeilijk worden in de huidige context waarbij de (nationale en internationale) politieke wil ontbreekt. Om deze doelstellingen te bereiken zal er ook werk moeten worden gemaakt van het vastleggen van koolstof, de zogeheten koolstofsekwestratie. De landbouw vormt een belangrijk aandeel in de uitstoot van broeikasgassen. De voornaamste factoren die hieraan bijdragen zijn de druk op grond, de veeteelt en het gebruik van kunstmeststoffen en pesticiden. Tijdens één van de workshops werd nog eens benadrukt dat 30% van de uitstoot in de landbouw afkomstig is van de productie van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.

Tenslotte nam Virginie Raynal het woord. Zij is een Franse boerin, bestuurslid van la FADEAR (Fédération des Associations pour le développement de l’emploi agricole et rural) en actief lid van de boerenorganisatie Confederation Paysanne. FADEAR ontwikkelde een charter als politiek instrument dat vertrekt vanuit het principe van voedselsoevereiniteit. Dit charter groepeert 10 principes : verdeling van de productie, solidariteit met landbouwers over de wereld, respect voor natuur en grondstoffen, transparantie, kwaliteit, autonomie, samenwerking, biodiversiteit en lange termijns- en globale visie. Het charter heeft als doel om een plaats te verwerven in de maatschappij als landbouwer en producenten te ondersteunen om anders te produceren en te leven. Dit charter werd ook gebruikt als basis om concrete voorstellen voor het GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) uit te werken. De industrialisering van ons landbouwsysteem is gelinkt aan de liberalisering van de handel in landbouwproducten. Het transport dat hiermee gepaard gaat heeft een enorme milieu impact. We moeten naar een herlocalisering van onze productie, maar een geleidelijke transitie is belangrijk. Op vlak van klimaat moeten we ons behoeden voor nieuwe technologieën met een negatieve impact op de landbouw. Wij staan voor voedselsoevereiniteit in plaats van valse oplossingen.

Na afloop van de presentaties was er tijd voor vragen : « welke oplossingen bestaan er voor de landbouw ? » Volgens Olivier de Schutter moeten we om de juiste productiemethodes te promoten uit de economische logica stappen. We moeten de externaliteiten in rekening brengen en goede praktijken belonen. Virginie Raynal vervolgde dat we ons de vraag moeten stellen : « oplossingen voor wat en voor wie ? Agroecology en boer.inn.enlandbouw kunnen een oplossing bieden, maar dit vraagt tijd. » Een tweede vraag uit het publiek ging over het potentieel van koolstofsekwestratie. Phillipe Marbaix antwoordde dat dit een positieve impact kan hebben, maar dat het een illusie is dat de gronden alle menselijke uitstoot zullen kunnen absorberen. Virginie benadrukte dan weer de potentiële negatieve impact van deze maatregel. Zo leiden technieken voor koolstofsekwestratie in sommige gevallen tot een stijging van het gebruik van herbiciden met alle gevolgen van dien. Er is nood aan globale en coherente oplossingen. Geen technische interventies met ongewenste neveneffecten.

Deel 2 : Workshops

De effecten van de klimaatopwarming op de landbouw in de praktijk : welke steun voor landbouwers is er nodig ? Welke landbouwpraktijken verhogen de weerbaarheid tegen de klimaatopwarming en vermijden eraan bij te dragen ?

De workshop ging van start met de getuigenissen over weerbare landbouwpraktijken van Vincent Delobel (veehouder – melkgeiten), Rudolf Köchli (landbouwkundige en boer), Florine Marot (Milieuverantwoordelijke bij FUGEA) en Tijs Boelens (groententeler) . Enkele voorbeelden van goede praktijken die gedeeld werden : grasland combineren met soorten die bijzonder goed bestand zijn tegen droogte, mestbeheer en vruchtwisseling, gewasdiversificatie, herintroductie van peulvruchten, valorisatie van het grasland.

Enkele gedeelde conclusies van de workshop zijn dat klimaatsverandering niet alle landbouwers op dezelfde manier treft. Er is een verschil tussen de veetelers met extensievere akkerbouw en groentetelers met intensieve bewerkingen en teeltplannen. Autonomie van de boerderij is essentieel, zowel op vlak van productie (input) als op vlak van commercialisering. Het economisch aspect mag geen taboe zijn. Er is een sterk verband tussen toegepaste praktijken en wat economisch mogelijk is. Hier speelt de prijs en steun vanuit de overheid een belangrijk rol. Tijs Boelens benadrukte dat dit zeer duidelijk is in de Belgische context : de Waalse overheid ondersteunt initiatieven die de autonomie van de boer verhogen en korte-keten-initiatieven op weg helpen naar een performante strategie ; In Vlaanderen is dit (nagenoeg) afwezig. Daardoor gaan de twee regio’s aan zeer verschillende snelheden vooruit. Vlaanderen hinkt met haar focus op de export helemaal achterop en verwaarloost de korte keten. Dit is zeer voelbaar in de Brusselse markt. Waar Waalse boeren vaak gezamenlijk deze markt aansnijden is het voor Vlaamse boeren vaak een individueel verhaal. Dit heeft te maken met subsidies en politieke wil.

De workshop eindigde met een discussie rond de moeilijkheden om praktijken te veranderen in een systeem dat aanzet tot conventionele praktijken door middel van subsidies (schaalvergroting, technologische investeringen, productiviteitsverhoging en prijsverlaging). Er werd nadruk gelegd op het feit dat we niet de individuele landbouwers moeten stigmatiseren, maar het systeem zelf moeten veranderen. Dit is een essentieel verschil en dat kwam naar boven door de verontwaardiging bij enkele gangbare boeren. Zij voelen zich soms behandeld als misdadigers. Door collega’s in de zaal werd hen gevraagd welke technieken en praktijken ze gebruiken. Het is duidelijk dat veel conventionele boeren wel degelijk bezorgd zijn voor het klimaat en klimaatvriendelijke strategieën proberen te implementeren. De complete omvorming van hun bedrijven is echter om verschillende redenen (leeftijd, overname, contracten, …) geen optie. Er was veel onderling begrip hiervoor. De conclusie was dat het een proces moet zijn waarbij de langetermijnvisie van de overheid voor de landbouwsector een sterke impuls kan vormen.

Welke rol is weggelegd voor het middenveld, de beweging voor voedselsoevereiniteit en de klimaatbeweging op vlak van strategie, allianties en acties ?

Sebastien Kennes van Rencontre des Continents introduceerde de workshop. Er bestaan vandaag al heel wat initiatieven rond kwaliteitsvolle en duurzame voeding. Deze, vaak stedelijke, initiatieven focussen in veel gevallen op alle delen van de keten. Het kader waarbinnen de initiatieven ontstaan is echter niet gewijzigd. Het bestaande paradigma in de samenleving blijft intact : het GLB, vrijhandelsakkoorden, valse oplossingen (GGO’s, agrobrandstoffen,…). Structureel verandert er weinig tot niets. Hierdoor blijven deze initiatieven opereren in de marge.

De focus van het debat ging naar welke strategie voor verandering kan zorgen. Hervorming of revolutie ? Kunnen we van binnenuit verandering genereren ? Het laatste deel van de discussie ging over de noodzaak om allianties te creëren tussen verschillende belgische netwerken, de nood aan een culturele convergentie en de vraag hoe we mensen warm kunnen maken voor het klimaatvraagstuk. Résap (netwerk ter ondersteuning aan de boer.inn.enlandbouw ) en AIA (agroecology in Action) kwamen aan bod. Deze netwerken groeperen verschillende actoren, maar het klimaatvraagstuk krijgt nog te weinig aandacht.

Welk beleid is er nodig om in te spelen op de link tussen landbouw en klimaatverandering ?

Rebecca Thissen (CNCD-11.11.11) en Manuel Eggen (FIAN Belgium) presenteerden aan de start van deze workshop het werk en de aanbevelingen van de klimaatcoalitie en van Agroecology in Action. Nadien volgde er een discussie over de prioriteiten en de manier waarop er druk gezet kan worden op beleidsmakers.

De klimaatcoalitie brengt een zeventigtal Belgische organisaties, vakbonden en sociale bewegingen samen rond klimaatrechtvaardigheid. Voor de klimaatcoalitie vormt een stijging van 1,5 graden de rode lijn. Hiervoor is er nood aan een ambitieus Europees en Belgisch klimaatbeleid en aan internationale solidariteit. AIA verzamelt een dertigtal organisaties en burgercollectieven rond een tranitie van voedselsystemen. Ze ontwikkelden een engagementsverklaring en een memorandum waarin hun beleidsaanbevelingen gebundeld worden. Enkele hiervan zijn een democratisch beheer van voedselsystemen, bescherming van grond en grondstoffen en deze inzetten voor agroecologische projecten, promoten van korte keten en consumptie van agroecologische producten, het garanderen van het recht op voedsel en versterken van solidariteitsmechanismes.

Uit de discussie die volgde kwamen drie prioritaire thema’s naar voren en werden een dertigtal aanbevelingen geformuleerd. De essentiële elementen zijn toegang tot grond voor landbouwers en ondersteuning voor startende boer.inn.en. Het belang van financiële steun vanuit de overheid voor een agroecologische transitie en de noodzaak om onze consumptiepatronen aan te passen, te beginnen bij de scholen.

De dag eindigde met een gezellige drink waarop nog duchtig werd nagepraat. Wordt vervolgd…

Lees onze Beet the System over dit thema (in het Frans, maar vanaf januari elke maand één aritkel in Nederlands via onze nieuwsbrief)

Voor meer gedetailleerde info over de workshop (in het Frans) :

Je kan de opnames van de verschillende presentaties terugvinden op de facebookpagina van FIAN Belgium : Olivier De Schutter (IPES-Food), Philippe Marbaix (UCL Earth and Climate) et Virginie Raynal (Confédération Paysanne)
- https://www.facebook.com/fianbelgium.fian/videos/184731649139810/
- https://www.facebook.com/fianbelgium.fian/videos/192412898380470/
- https://www.facebook.com/fianbelgium.fian/videos/1864243620297857/

BRON: https://www.fian.be/Workshop-Landbouw-en-klimaatverandering-verslag?lang=fr&var_mode=calcul  

‘Zullen ook onze boeren straks in een geel hesje verschijnen?’

Esmeralda Borgo, coördinator van Voedsel Anders (een samenwerking van 25 organisaties die pleiten voor agro-ecologische landbouw), trekt aan de alarmbel. Beleidsvoerders blijven volgens haar ‘halsstarrig kiezen voor het oude, falende recept van schaalvergroting, productieverhoging en export’.

 Gehavende agenten tijdens een betoging van landbouwers, 7 september 2015. © Belga

Vandaag stelde het Vlaamse Departement Landbouw en Visserij de resultaten van het Landbouwrapport (LARA) voor. ‘Steeds meer leiden marktmechanismen en machtsverhoudingen in de keten tot een (te) laag inkomen van de landbouwer’, is een van de vaststellingen.

Dit probleem is al lang gekend en toch blijven beleidsvoerders tot nog toe halsstarrig kiezen voor het oude, falende recept van schaalvergroting, productieverhoging en export.

De voorbereiding van het strategisch landbouwplan in uitvoering van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid post 2020 biedt opnieuw kansen voor een radicale keuze voor een ander landbouw- en voedselsysteem. Zal Vlaanderen deze kans grijpen? Of moeten de resterende boeren straks ook in gele hesjes de straat op?

In de 28 lidstaten van de Europese Unie bedraagt het inkomen van de landbouwer slechts 40% van de gemiddelde lonen in de economie, aldus het LARA. Landbouwproducten zijn goedkoop, terwijl de grondstofprijzen continu stijgen. In de laatste tien jaar verdrievoudigde de prijs van meststoffen, terwijl die van gewasbeschermingsmiddelen steeg met een kwart. In diezelfde periode ging de grondprijs met een factor vier omhoog. Dure investeringen leggen een zware last op onze boeren. Zij hebben gemiddeld vijftien jaar nodig om die terug te betalen, terwijl de terugverdientijd voor investeringen in de verwerkende industrie amper twee tot vier jaar bedraagt.

Nieuwe normen die enkel gericht zijn op eco-efficiëntie maar de totale productie niet afremmen, stimuleren de tendens tot stopzetting én schaalvergroting bij de resterende bedrijven. Technische maatregelen die leiden tot een efficiëntiestijging per kilo of liter product laten toe dat meer melk uit een koe kan geperst worden, maar leiden niet noodzakelijk tot een absolute afname van de milieudruk. Dat komt omdat ze veelal gepaard gaan met een grotere veestapel. Een zekere schaalomvang is immers nodig om de investering te laten renderen.

Boeren komen in een wurggreep van schulden terecht en hebben geen ruimte meer om een alternatief verdienmodel te overwegen. Vooral de dierlijke sector heeft het moeilijk. De varkenssector is erg kwetsbaar omdat die veel te afhankelijk is van de export: België kent een zelfvoorzieningsgraad van 252% voor varkensvlees. Het Russische embargo deed de sector in 2014 in een crisis storten en dit jaar boycotten de Aziatische landen ons varkensvlees als gevolg van de zieke everzwijnen in Wallonië. Ook in de gespecialiseerde vleesveesector dalen de opbrengsten en stijgen de kosten, waardoor het familiaal arbeidsinkomen in 2016 gedaald is tot een dieptepunt van slechts 10.132 euro, aldus het LARA. 63% van de vleesveehouders die deelnamen aan een enquête van de overheid verklaart ronduit ontevreden te zijn met hun inkomen. Daar komt nog bij dat liefst 80% van dat inkomen afkomstig van de Europese premies.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de landbouwbevolking vergrijst: Vlaamse boeren zijn gemiddeld 54 jaar. Liefst 52% van de vijftig plussers heeft geen opvolger. Op 17 jaar tijd is het aantal boerderijen met 43% teruggelopen. Als deze trend zich verderzet, telt Vlaanderen in 2022 minder dan 20.000 boerderijen. De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf is wel met een derde gestegen sedert 2007. Zelfstandige boeren moeten het onderspit delven ten gunste van de steeds groter wordende landbouwondernemingen.

Al deze sociale problemen zijn het rechtstreekse gevolg van een achterhaald landbouwbeleid, dat ooit door Europa werd vormgegeven opdat Europeanen nooit meer honger zouden hebben. Na de tweede wereldoorlog was dergelijk beleid logisch. Maar vandaag ligt de focus nog altijd op die goedkope bulkproductie, ook al zijn de hedendaagse uitdagingen op het platteland compleet veranderd. Vlaanderen en Europa produceren al lang niet meer voor de eigen bevolking maar voor de export. Niet alleen onze boeren lijden daaronder, maar ook de boeren in het zuiden, die op hun lokale markten niet kunnen concurreren met geïmporteerde producten aan goedkope wereldmarktprijzen. En niet alleen boeren in noorden en zuiden lijden, ook het milieu kreunt onder dit beleid van monoculturen en productiegroei voor de export.

Het oude landbouwmodel heeft een te enge interpretatie van wat landbouw allemaal te bieden heeft. Gelukkig zien we ook nieuwe boeren opduiken. Via afzet langs de korte keten zoeken ze weer rechtstreeks contact met hun consumenten, die daardoor opnieuw waardering krijgen voor de kwaliteit van het voedsel dat ze eten. Consumenten die aansluiten bij een CSA-boerderij dragen samen met de boer de risico’s die gepaard gaan met voedselproductie. Agro-ecologische boeren werken aan een gezonde bodem en onderzoeken continu hoe ze zo optimaal mogelijk de kringloop kunnen sluiten. Veeboeren gaan dan samenwerken met plantaardige producenten. Ze diversifiëren hun aanbod waardoor ze economisch weerbaarder zijn. Ze dragen zorg voor de omgevende natuur en bevorderen hierdoor het behoud van de ecosysteemdiensten – zoals proper water en zuivere lucht – die de natuur ons levert. Agro-ecologie is een belangrijke pijler om tot duurzamere voedselproductie te komen, erkent het FAO, de internationale voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Een internationaal panel van deskundigen voor duurzame voedselsystemen, IPES-Food, benadrukt rapport na rapport het belang van een transitie naar dit alternatieve voedselmodel om ervoor te zorgen dat ook toekomstige generaties voldoende en kwaliteitsvol voedsel kunnen produceren. De uitdaging is om deze relatief kleine initiatieven op een grotere schaal te brengen.

Zal Vlaanderen voldoende politieke moed aan de dag leggen en de kans grijpen de middelen te gebruiken om boeren uit de wurggreep van schaalvergroting en exportgerichte bulkproductie te halen?

Nu Europa besloten heeft om de verantwoordelijkheid voor het landbouwbeleid veel meer in handen van de lidstaten te leggen, krijgt Vlaanderen een uitgelezen kans om werk te maken van een echt duurzaam landbouw- en voedselbeleid, een beleid waarbij boeren boer mogen blijven. Vandaag vinden immers de voorbereidingen plaats voor het landbouwbeleid voor de periode na 2020. Zal Vlaanderen voldoende politieke moed aan de dag leggen en de kans grijpen de middelen te gebruiken om boeren uit de wurggreep van schaalvergroting en exportgerichte bulkproductie te halen? Slaagt Vlaanderen erin om jonge nieuwkomers weer goesting te doen krijgen om lekker en gezond eten te produceren in een aantrekkelijk landschap waar ze de zorg op zich nemen voor onze ecosysteemdiensten?

Of blijft Vlaanderen kiezen voor een achterhaald voedselmodel en moeten op het einde van de rit alle boeren plaats ruimen voor grote ondernemingen? Wellicht zouden ze dan wel ’s hun geel hesje kunnen aantrekken… voor zover ze nog niet kopje onder gegaan zijn.
BRON: https://www.knack.be/nieuws/planet-earth/zullen-ook-onze-boeren-straks-in-een-geel-hesje-verschijnen/article-opinion-1405895.html

WINTERMEETING 10 februari 2019

Beste boer en boerin,

De voedselketen kan anders en beter georganiseerd worden!

Boerenforum wil de stem van boeren en hun consumenten versterken. Op de wintermeeting kijken we samen hoe we Boerenforum op de kaart van de Vlaamse landbouw zetten en op welke manier we onze boodschap gaan verspreiden.

Kom met goesting en ideeën naar onze wintermeeting.

zondag 10 februari 2019 houden we onze jaarlijkse wintermeeting in

Ursene 14, 1840 Londerzeel bij Seizoensmaak en Local Social, familie Buggenhout. (http://www.local-social.be/)

We starten om 10 uur

en sluiten af tegen 17 uur

Omdat op de meeting geraken geen obstakel mag wezen, kan je terugbetaling krijgen van je verplaatsingkosten met openbaar vervoer. Station Londerzeel is op 15 min stappen van Local Social

Wil je er bij zijn, graag een seintje via mail: boerenforum@gmail.com

via facebook: boerenforum

Solidariteitsbijeenkomst: Grond voor landbouwers niet Huts

Dinsdag 11/12 van 8u tot 8.30u, organiseren we samen met Fian een solidariteitsbijeenkomst tegenover het nieuw justitiepaleis (Opgeëistenlaan 401A)

Oproep ter ondersteuning van de boer en burgers die een rechtszaak opstartten tegen de verkoop in één lot van 450 hectare publieke landbouwgrond aan een investeringsonderneming uit de portefeuille van Fernand Huts. We verzamelen voor het justitiepaleis in Gent op de dag van het proces. Met deze samenkomst willen we de aanklagers ondersteunen en duidelijk maken dat landbouwgrond moet dienen voor voedselproductie en niet voor speculatie.

We wachten jullie op met koffie en vers lokaal brood, dus ontbijten hoeft niet.

Wat is de zaak Huts :

In 2016 verkocht het Gentse OCMW 450 hectare landbouwgrond aan een investeringsmaatschappij uit de portefeuille van Fernand Huts . Eén boer en enkele burgers besloten een rechtszaak aan te spannen om de verkoop ongedaan te maken. Zij vinden steun bij heel wat boeren en boerinnen in de regio en in heel Vlaanderen. Hun argument is dat door de landbouwgronden in één bulk te verkopen, het OCMW de facto alle landbouwers uitsloot van de verkoop. De aankoop vereiste namelijk 17,5 miljoen euro. Het resultaat was dat de gemiddelde prijs per ha slechts 39.000 euro bedroeg terwijl de prijs van gronden in de regio kan oplopen tot 100.000 euro. De aanklagers argumenteren daarom dat er sprake is van indirecte staatssteun.

Onze boodschap :

We willen onze steun uitdrukken aan de boer en burgers die een rechtszaak aanspanden tegen de verkoop.

Landbouwgrond staat overal ter wereld onder druk, maar in België is het probleem extreem urgent. In Vlaanderen verdwijnt elke dag 6 ha open ruimte waarvan een groot deel landbouwgrond. Bovendien neemt de concentratie van landbouwgrond toe; kleine landbouwbedrijven worden opgedoekt of geïntegreerd in grootschalige landbouwbedrijven. Sinds 1980 verloor België 68 procent van haar landbouwbedrijven. Jaarlijks gaan 2000 jobs in de Belgische landbouwsector verloren. Deze tendensen hebben een grote invloed op de grondprijs. Onlangs bracht de federatie van notarissen een overzicht over grondprijzen uit. Daaruit bleek dat de prijs van landbouwgrond in Vlaanderen verdrievoudigd is in de afgelopen 10 jaar. De druk op landbouwgrond en moeilijke toegang tot grond voor landbouwers heeft grote gevolgen voor onze lokale voedselproductie. Wie gaat er binnen 20 jaar voor ons voedsel zorgen ?

In een context waarin toegang tot landbouwgrond voor landbouwers steeds moeilijker wordt, moet een goed beheer van publieke gronden tot de prioriteiten van de overheid behoren. Het is dringend tijd dat de overheid een grotere rol speelt in het beschermen van landbouwgrond en het zorgen voor toegang tot grond voor onze landbouwers. Dit is essentieel om lokaal, duurzaam en kwalitatief voedsel te garanderen vandaag en in de toekomst.

‘Grote overwinning voor de rechten van boerinnen en boeren wereldwijd. Steun van België en Europa blijft echter uit.’ (bron: fian)

Op 28 september stemde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties met een grote meerderheid (33 stemmen voor, 11 onthoudingen, 3 stemmen tegen) voor de goedkeuring van de Verklaring voor de rechten van boereninnen, boeren en andere op het platteland werkzame personen. Deze historische overwinning is het resultaat van meer dan 17 jaar mobilisatie door de internationale boerenbeweging La Via Campesina. De verklaring moet nu enkel nog goedgekeurd worden door de Algemene Vergadering van de VN. Deze finale stemming staat gepland voor 20 November 2018.

 

Deze overwinning van de boeren.inn.beweging werd echter getemperd door het feit dat België en 6 andere Europese landen zich tijdens de stemming onthielden, alsook door de negatieve stemmen van Engeland, Hongarije en Australië (zie lijst hieronder). Onze regering geeft hierdoor een sterk signaal dat ze het niet nodig acht om de boer.inn.enlandbouw te beschermen en keert duurzame landbouw hiermee de rug toe. België kan echter alsnog beslissen om de Verklaring te steunen door tijdens de stemming binnen de Algemene vergadering voor de Verklaring te stemmen.

De verworvenheden van deze verklaring

De Mensenrechtenraad erkent de noodzaak om de rechten van boerinnen en boeren te versterken en richtte daarom in 2012 een werkgroep op die een ontwerpverklaring moest uitwerken. Landbouwgemeenschappen worden immers het meest getroffen door honger en worden geconfronteerd met systematische schendingen van hun fundamentele rechten, zoals : landroof en inname van natuurlijke grondstoffen, biopiraterij, criminalisering van leiders in landbouwgemeenschappen, dwangarbeid in grote industriële plantages, enz.

Door de bescherming van de rechten van degenen die ons voedsel produceren en de natuurlijke grondstoffen die nodig zijn voor deze productie, draagt de Verklaring bij tot de oplossing voor de huidige grote crisissen : armoede op het platteland en voedselonzekerheid, klimaatverandering, aantasting van de natuurlijke rijkdommen en massaal verlies van de biodiversiteit, …

Concreet bundelt en verduidelijkt de Verklaring de rechten van boerinnen, boeren en andere op het platteland werkzame personen, zoals het recht op grond, zaaigoed, water, sociale zekerheid, gezondheid, huisvesting, onderwijs, fatsoenlijk inkomen, ontwikkeling, participatie, rechtspraak, …

België gaat tegen de stroom in

Het standpunt van België en de Europese staten is des te onbegrijpelijker omdat verschillende Europese instellingen, waaronder de Europese Economische en Sociale Raad en het Europees Parlement, in 2018 nog, de lidstaten uitdrukkelijk hebben opgeroepen voor de rechten van de boeren en boerinnen te stemmen. Ook in België is er steun voor de Verklaring. Zo riepen de regionale ministers van Landbouw (Joke Schauvliege en René Collin) de minister van Buitenlandse Zaken op om de VN-verklaring goed te keuren. Om nog maar te zwijgen van de massale steun van het Belgische middenveld (meer dan 60 vakbonden en Belgische middenveldorganisaties steunen de verklaring) en de Europese burgers (een petitie op Europees niveau verzamelde 71.000 handtekeningen). Door haar weigering om de rechten van boeren en boerinnen te beschermen ontkent België dat boeren en boerinnen systematische mensenrechtenschendingen ondervinden en specifieke bescherming nodig hebben.

Notes aux rédactions :

  • Ontwerp-resolutie A/HRC/39/L.16 van de VN Verklaring over de rechten van boeren, boerinnen en andere personen op het platteland werkzame personen. : http://ap.ohchr.org/documents/sdpage_e.aspx?b=10&se=198&t=4
  • Resultaat van de stemming :
  • Ja (33) : Afghanistan, Angola, Burundi, Chili, China, Ivoorkust, Cuba, Democratische Republiek Congo, Ecuador, Egypte, Ethiopië, Irak, Kenya, Kirghizstan, Mexico, Mongolië, Népal, Nigeria, Pakistan, Panama, Peru, Fillipijnen, Qatar, Rwanda, Saoudi-Arabië, Sénegal, Zuid-Africa, Zwitserland, Togo, Tunesië, Ukraine, Arabische Emiraten, Bolivië
  • Onthouding (11) : België, Brazilië, Kroatië, Georgië, Duitsland, Ijsland, Japan, Korea, Slovakije, Slovenië, Spanje,
  • Neen (3) : Australië, Hongarijë, Engeland

 

bron: https://www.fian.be/Grote-overwinning-voor-de-rechten-van-boerinnen-en-boeren-wereldwijd-Steun-van?lang=fr

Artikel Vilt: “Landbouwrampenfonds is er alleen voor de grote boeren”

 

24.10.2018 “Landbouwrampenfonds is er alleen voor de grote boeren”


Het Boerenforum vraagt aandacht voor de droogteschade op CSA-boerderijen en andere kleine landbouwbedrijven met een grote diversiteit aan teelten. Deze zomer heeft elke boer – groot of klein en gangbaar of bio – geworsteld met de droogte, maar als het gaat over de vergoeding van de schade dan staan hun kansen er anders voor. “Het Landbouwrampenfonds is er voor de grote en voor het systeem eenvoudig controleerbare landbouwbedrijven. De schade die kleinere producenten leden, zal waarschijnlijk niet begrepen worden”, zegt Tijs Boelens van het Boerenforum.

Hij verklaart zich nader: “Kleinere producenten zoals bio- en CSA-boeren hebben ondanks hun klimaatvriendelijke teelttechnieken en erg divers teeltplan dit seizoen ook droogteschade geleden. Voor de Vlaamse overheid kan dat anders lijken omdat er uit onze hoek weinig of geen schadedossiers zijn ingediend. Dat heeft een andere reden, namelijk de vrees dat we niet serieus genomen worden omdat droogteschade op een perceel van 1 hectare met 20 teelten moeilijker meetbaar is dan op een 5 hectare grote maïsakker. Bovendien is het voor kleine (groente)producenten met afzet in de korte keten geen optie om wekenlang te wachten op de rondgang van de schattingscommissie. Tegen de tijd dat zij langskomen, heeft een CSA-boer een mislukte teelt al gefreesd en dat stukje van het perceel nieuw ingezaaid met een najaarsteelt zoals spinazie.”

Boelens wil de overheid duidelijk maken dat de huidige werkwijze van het Landbouwrampenfonds een deel van de doelgroep uit de boot doet vallen. De bedrijfsleider van het Pajotse biobedrijf De Groentelaar hoopt dat collega-landbouwers zijn oproep kracht bijzetten door hun droogteschade alsnog te ramen. Zelf deed hij die oefening, gestaafd door aankoopbewijzen van zaai- en plantgoed.

“Boerenforum doet een oproep om droogteschade te melden, en richt zich daarmee ook tot de kleine producenten die geen schadedossier bij de overheid indienden”, zegt Tijs Boelens. “We moeten als kleine producenten af van de houding dat we geen aangifte doen omdat de vergoeding toch door onze neus geboord zal worden. Als de beleidsmakers willen nadenken over een andere manier van schaderegistratie, dan moet het in de toekomst mogelijk zijn dat alle producenten – groot én klein – bij extreme weersfenomen overheidssteun genieten.”

Door de voorafbetaling van hun oogstaandeel delen de klanten van een CSA-boerderij in het teeltrisico van de boer. Deze consumenten fungeren als het ware als rampenfonds. Op de vraag hoe je dat rijmt met een tussenkomst door de overheid bleef het antwoord uit.

Bron: http://www.vilt.be/landbouwrampenfonds-is-er-alleen-voor-de-grote-boeren

Beeld: De Groentelaar