Naar een veerkrachtig landbouwmodel

walking-with-Cows

De toekomst is aan “de onzichtbaren”

Sinds het uitbreken van de Coronacrisis staan we met onze kleine boerenbedrijven en de korte keten in het midden van een kleine mediastorm. Onze verkoop boomt. Waar veel grote landbouwondernemingen angstig aan het puzzelen zijn doen wij rustig voort. Wij moeten immers niet nagaan hoe we bussen seizoensarbeiders over de grenzen kunnen loodsen. We liggen niet wakker van een teruglopende aluminiumtoevoer voor onze verpakkingen. We verliezen niets nu er weinig of geen Belgische diepvriesfrieten meer richting Japan,  het Midden-Oosten of Brazilië worden verscheept.

Toch zijn wij al een goede 70 jaar “de onzichtbaren”. De Europese subsidiegelden, het wetenschappelijk onderzoek in de Vlaamse Universiteiten en de budgetten voor innovatie werden nagenoeg nooit aan ons besteed. Er wordt met ons gelachen. We worden genegeerd. Soms worden ons zelfs de termen ‘boer(in)’ of ‘landbouw’ ontzegt. Het klopt niet dat volgens het beleid een boerin die op een halve hectare het eten voor haar Afrikaanse gemeenschap verbouwt zogezegd niet aan landbouw doet. Het is een structureel onrecht dat de bioboer die op 2 hectare een leefbaar inkomen genereert en 200 gezinnen van groenten voorziet minder landbouwsubsidies krijgt dan de maisproductie voor een biogascentrale.

Onze onzichtbaarheid bij de beleidsmakers en de wetenschappers staat in schril contrast met het belang van onze aanwezigheid en onze verankering in het sociaal weefsel. Wij geven aan de landbouwproductie van ons land veerkracht. Deze crisis toont aan dat de grote bedrijven onze samenleving geen voedselzekerheid geven. En dat is een harde les.

 Een gemeenschap moet zich wapenen tegen crisissen, met een stevige sociale zekerheid en een veerkrachtig landbouwmodel.

In het rijke Westen werd onder het motto ‘nooit meer honger’ een gemeenschappelijk landbouwbeleid uitgetekend. De rode loper werd uitgerold voor de “big business”. De subsidies van het Plan Mansholt moesten de bevolking voeden met massaproductie. Punt aan de lijn. De ecologische en de sociale kost deed er niet toe. Het werd alsmaar stiller op het West-Europese platteland. Waar vroeger 30 procent van de Europese bevolking op het veld haar inkomen genereerde is er nu nog maar 3 procent overgebleven. En de boeren en boerinnen die overbleven, werden helemaal afhankelijk gemaakt van de internationale handel. Europa dacht dat het goed was maar vergat, gezeten op haar topstier, dat een gemeenschap zich moet kunnen wapenen tegen crisissen, zowel met een stevige sociale zekerheid als met een veerkrachtige voedselproductie.

Voor veel mensen is het moeilijk te beseffen dat het antwoord op de grote uitdagingen van morgen ligt in de kleine initiatieven van vandaag. Het zijn echter de kleine dingen die enorm veel bijdragen aan het weerstandsvermogen van de samenleving: jongeren die willen beginnen in de landbouw, de nieuwe kleine kruideniers – vaak bio of verpakkingsloos –, de burgercoöperaties die de voedseldistributie in handen nemen, de wekelijkse boerenmarkten of de lokale voedselstrategie van een provinciestad. Dat soort zaken maken ons crisisbestendig. De beursgang van een supermarktketen, het lobby-gedrag van de gentechindustrie of de bouw van een nieuwe megastal daarentegen zijn zaken die ons eerder kwetsbaar maken.

Een weerbare, sterke voedselstrategie kan zich niet de luxe veroorloven van een compromis met het grootkapitaal. Een echt veerkrachtige voedselstrategie is iets voor, maar vooral dòòr de gemeenschap. Als de (Europese) landbouwsubsidies niet voor een dergelijke voedselstrategie worden gebruikt, zijn ze bij voorbaat verloren en dus nutteloos.

 

Tijs Boelens namens het Boerenforum

 

Deze tekst werd door het Boerenforum geschreven naar aanleiding van 17 april, de Internationale Dag van de Boerenstrijd. Het Boerenforum eist, samen met haar Internationale organisatie ‘La Via Campesina’ en tal van milieu- en landbouworganisaties uit Vlaanderen en Wallonië dat er werk wordt gemaakt van agro-ecologie en een voedselstrategie op mensenmaat.

lees ook “de rechten van boeren en boerinnen” https://wp.me/P60NMV-aG

Colruyt: van de laagste prijs naar de duurste grond

Wordt landroof nu ook een Belgisch fenomeen?

In Gent loopt een proces tegen Fernand Huts, die maar liefst 450 hectare grond kocht van het Gentse OCMW. Vandaag wil ook Colruyt Group grote stukken landbouwgrond opkopen. Dat is problematisch, stelt Zeronaut-blogger Luc Vankrunkelsven, want voor de “gewone” boer worden grondprijzen onbetaalbaar.

Wereldwijd is een opbod gaande om gronden te verwerven. Onder andere in de Braziliaanse Cerrado kopen Amerikaanse, Nederlandse, Duitse en Zweedse pensioenfondsen via tussenpersonen (grileiros) illegaal gronden op. De traditionele volkeren die er van oudsher wonen, worden verjaagd, vergiftigd, vermoord.

In Afrika en andere continenten kennen we ook zo’n fenomenen van landgrabbing of landroof. De toekomst met petroleumtekorten wordt namelijk intens voorbereid door multinationals: alles wat nu op basis van petroleum gemaakt wordt, willen ze vervangen door – vooral — suikerriet. Dat is mogelijk met de combinatie van nanotechnologie en synthetische biologie.

Multinationals zoals Chevron, Shell, Monsanto/Bayer, Cargill en anderen kopen gronden op en voeren zo de druk op tussen voedsellandbouw in handen van boeren en ‘landbouw’ in hun eigen dienst.

Terug naar de middeleeuwen?

Formeel gezien is de boer zelfstandig, maar hangt hij niet al te dikwijls af van de dictaten van de bank?

In dit bredere plaatje past de beslissing van Colruyt Group om landbouwgrond op te kopen voor de teelt van producten die in zijn supermarkten verkocht zouden worden. De reacties van Boerenbond en Algemeen Boerensyndicaat (ABS) zijn heftig. ABS verwijst zelfs naar de middeleeuwen, die tijd waarin de vazal in dienst van de kasteelheer, leenheer, werkte.

De boer zou zo zijn vrijheid en zelfstandigheid kwijt geraken. Maar is de overblijvende boer de laatste decennia nog zo vrij? Formeel gezien is de boer zelfstandig, maar hangt hij niet al te dikwijls af van de dictaten van de bank?

Kleine boeren moesten sinds de jaren 1960 wijken omdat ze “niet efficiënt” waren. Hun gronden werden opgekocht door collega’s, die zelf bovendien moesten investeren in machines, stallen, etc. Schulden en rente zijn nu hun deel. Zelfdoding komt dan ook vaak voor in de land- en tuinbouwsector.

Vele grondloze boeren zitten sinds diezelfde jaren zestig gekneld in contracten met de veevoedersector, slachthuizen, vleesverwerking en supermarkten. Ze doen aan contractteelt in dienst van de integratoren, die minstens drie schakels van de ketting in handen hebben, bv. toelevering veevoeder, levering varkens, slachthuis. Over deze situatie van “integratie” gaf Wervel in de jaren 1990 vier kranten uit. Ze zijn nog verkrijgbaar, leesbaar en leerzaam.

Te veel rollen…

De Boerenbond wijst Colruyt terecht door te stellen dat het bedrijf te veel rollen opneemt. Maar moet de Boerenbond qua rollen en machtsconcentratie niet even in eigen boezem kijken? Het is een syndicaat, maar in de Boerenbondholding MRBB is ze ook de grootste veevoederleverancier in België. De vele rollen in de banksector (voorheen CERA, nu KBC), in toeleverings- en afnamebedrijven worden beschreven in het ophefmakende boek ‘100 jaar boeren’.

Het is de laatste decennia een wereldwijd fenomeen dat de macht van de Carrefours, Walmarts, Delhaizes en Colruyts exponentieel groeit.

Colruyt maakt zijn nieuws wereldkundig in de context dat de laatste jaren OCMW’s en Kerkfabrieken massaal hun gronden verkopen. Denk maar aan het geval Huts, die in één klap 450 hectare landbouwgrond van OCMW Gent kocht. Daar kon geen enkele boerende boer tegenop, ook al hebben velen behoefte aan wat grond. Een rechtszaak van gedupeerde boeren versus speculant Huts loopt daarom nog in Gent.

Supermarkten zijn prijszetters, de meeste boeren zijn prijsnemers. Ze moeten de dictaten die in de voedselketen heersen, aanvaarden of wijken. Het is eveneens een wereldwijd fenomeen dat de laatste decennia de macht van de Carrefours, Walmarts, Delhaizes en Colruyts van deze wereld exponentieel groeit. Zelfs in die mate dat gigantische voedingmultinationals zoals Nestlé en Unilever allianties willen aangaan met ngo’s om deze wereldwijde macht wat te counteren.

Als we naar het Belgische niveau kijken, dan is Colruyt Group de grootste Belgische supermarktketen. Het marktaandeel in België van de ketens Colruyt laagste prijzen, Okay en Spar is 32,1 procent.

Gronden voor boeren onbetaalbaar

Ondertussen worden de gronden in Vlaanderen onbetaalbaar. Uitschieter is West-Vlaanderen, omwille van diepvriesgroenten, vooral voor de export. Ook het feit dat ons kleine België nummer één is in export van aardappelproducten, maakt dat de grondprijzen stijgen en het bodemleven verarmt. Toch ondersteunen zowel de Vlaamse minister van Landbouw Crevits als de Waalse overheid, de aardappelsector ieder met 10 miljoen euro. Reden? Door de coronacrisis raakte de “sector” zijn aardappelen niet kwijt.

Tenslotte is er de “verpaarding” en vertuining van het landschap. Kapitaalkrachtige beleggers kopen gronden en hoeves op om paarden te houden, de sport van vermogende middenklassers. Landbouwgronden worden tuinen rond opgekochte boerderijen.

Al deze fenomenen samen maken dat toegang tot grond voor jonge boeren dikwijls een verre droom is. De vzw De Landgenoten probeert dat te verhelpen, maar ook voor deze organisatie zijn de prijzen onhoudbaar. Daarom probeert De Landgenoten nu allianties te smeden met gemeentebesturen om publieke gronden voor biologische landbouw te reserveren. Er zijn al enkele inspirerende voorbeelden. Hoop doet leven.

Woensdag 7 oktober 2020 – PETITE FOIRE ANDERLECHT

Woensdag 7 oktober 2020 – PETITE FOIRE ANDERLECHT
Le champ du Chaudron :Rue du Chaudron 62 , 1070 Anderlecht, 14h – 22h
https://www.facebook.com/events/687042808834676
#StopMercosur #StopEUMercosur

Waar: Champs du Chaudron, Rue du Chaudron 62 in Neerpede, 1070 Anderlecht
Wanneer: woensdag 7 oktober 2020
Deuren open om 14.00 uur, officieel einde om 22.00 uur.

**
!! Belangrijk : Inschrijvingen via nomercosur@riseup.net  
… Dit is nodig omwille van COVID. 
Breng graag je eigen beker, bord en bestek mee.

Onze ‘toppolitici’ en de zakenwereld slagen er weer in om een nieuw handelsakkoord vorm te geven. Terwijl wij op het terrein elke dag opnieuw bouwen aan een sterke lokale economie met voedselzekerheid voor iedereen, rollen ze de rode loper uit voor Mercosur. In een wereld die wordt geregeerd door multinationals en big business is er geen plaats meer voor de gewone mens in de straat of de alledaagse boer.in op haar veld. Dat willen we aantonen door onze getuigenissen uit de Zennevallei en de getuigenissen over de strijd van de Latijns-Amerikaanse bevolking. We willen aan de politiek tonen dat onze strategie er één is van grenzeloze solidariteit en voedselsoevereiniteit. Op deze Petit Foire willen we goed nadenken hoe we als sociale bewegingen gaan reageren op de vrijhandelsakkoorden van morgen. 
Samen met Brusselaars.essen, Latijns-Amerikaanse organisaties, NGO’s, vakbonden en boerensyndicaten willen we nagaan hoe we hierop reageren. Van onderop!

Programma :
14h Welkom
14h30 Een uitwisseling van ervaring van boer.innen in de Zennevallei (Brussel en omgeving) en in Latijns-Amerika: Wat staat er op het spel in het dagelijks leven van boeren?
PAUZE
16h30 Het vrijhandelsverdrag Mercosur en haar kompanen (TISA, CETA…). Wat zijn ze? Wat is hun impact? 
17h Hoe kijken boeren naar de Mercosur, in België en elders + Mercosur-onderhandelingen in Brussel, wat doen we?
Afsluitend optreden van Awa Keme Kemo

Workshop en doorlopende info: 
-> Natuurlijk verven van wol
-> Las Insumisos, solidariteitscollectief met de Chileense en Latijns-Amerikaanse strijd
-> FAP – Fabriek Paysanne, werktuigencollectief voor boer.innen

Andere partners van onze Petite Foire:
De Groentelaar
Las Insumisos 
De FAP
MAP

CETA en Mercosur onder vuur bij Gentse protestactie

24 SEPTEMBER 2020

Verschillende organisaties, waaronder Boerenforum, Flemish Milk Board (FMB), Extinction Rebellion en de gele hesjes, hebben woensdag actie gevoerd in de haven van Gent tegen de invoering van enkele tonnen diepgevroren vlees uit Canada. De vrijhandelsverdragen CETA en Mercosur moeten volgens de actievoerders op de schop.

Net in tijden van corona is het bijzonder cynisch dat de EU zulke handelsakkoorden blijft verdedigen, vinden de organisaties. “De verspreiding van zo’n virus heeft juist te maken met de wereldwijde handel van grote hoeveelheden voedsel tussen de ene en de andere kant van de wereld”, stelt Raf Verbeke van de gele hesjes. “Middenin COVID-19 nog meer overproductie stimuleren vinden wij absoluut geen goed idee.”

De actievoerders hekelen ook de hypocrisie van het Gentse stadsbestuur dat “enerzijds oproept om lokaal te kopen en zich profileert als voorstander van korte keten, en anderzijds toelaat dat 80.000 ton diepgevroren vlees uit Canada de Gentse haven binnenkomt”. Ze roepen op om moed te tonen en het vlees niet toe te laten in de haven, om zo de lokale boeren te steunen.

Het CETA-verdrag werd in 2017 beklonken tussen de Europese Unie en Canada. Hoewel het pas volledig in werking kan treden als alle lidstaten het akkoord geratificeerd hebben, is een groot deel van het verdrag in september 2017 al ingegaan waardoor de handelstarieven zijn afgeschaft of verlaagd. Ondertussen hebben 13 EU-lidstaten hun goedkeuring gegeven.

Tegenstanders van het verdrag vrezen dat het afbreuk zal doen aan de hoge Europese standaarden. Ze hebben ook een probleem met de import aan nultarief van 65.000 ton rundvlees en ruim 80.000 ton varkensvlees en de afgesproken importquota voor suiker en bio-ethanol uit Canada.

Wij willen een nieuwe start voor een handelsbeleid dat eerlijke prijzen mogelijk maakt, het klimaat beschermt en de mensenrechten garandeert

Tanja Van Poecke – Flemish Milk Board

Mercosur: “geen correcties, maar volledige heroriëntatie”

Ook het handelsverdrag met de Mercosur-landen werd op de korrel genomen. “Wij willen geen correctie, maar een nieuwe start voor een handelsbeleid dat eerlijke prijzen mogelijk maakt, het klimaat beschermt en de mensenrechten garandeert”, zegt Tanja Van Poecke, woordvoerder van FMB.

Het Mercosur-akkoord, dat in juni 2019 werd gesloten met Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay, voorziet in een hogere invoer van rundvlees, gevogelte, varkensvlees suiker, biobrandstoffen en soja. “Voor bepaalde zuivelproducten is ook een bilaterale openstelling van de markt voorzien, hoewel deze markten al onder grote druk staan”, aldus Van Poecke. “Bovendien is er geen gelijk speelveld want de Europese productiestandaarden liggen een pak hoger. De toenemende en ongecontroleerde invoer uit de Mercosurlanden verhoogt de kostendruk nog meer op de Europese landbouwfamilies. Dit handelsbeleid en de discrepanties tussen de productie, de milieunormen en de sociale normen, ten voordele van de agro-industrie, versnellen de achteruitgang van de boeren aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.”

FMB pleit daarom voor een Europees handelsbeleid dat gebaseerd is op eerlijke prijzen, kwalitatieve voeding met een regionale productiestructuur, oog voor dierenwelzijn en een bescherming van het klimaat en de biodiversiteit.

https://vilt.be/nl/nieuws/ceta-en-mercosur-onder-vuur-bij-gentse-protestactie

OPEN BRIEF AAN DE VLAAMSE REGERING

Brussel, 25 juni 2020

Geachte Dames en Heren Ministers van de Vlaamse Regering,

Op 20 mei 2020 stelde de Europese Commissie haar nieuwe biodiversiteits- en haar “Boer tot Vork”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem voor. Beide strategieën passen in de uitwerking van de Europese Green Deal, een routekaart om de economie van de EU duurzaam te maken, ook op het gebied van de voedselproductie, die de Commissie van Ursula von der Leyen in december 2019 lanceerde.

“Boer tot Vork” moet tegen 2023 leiden tot een wetgevend kader waarbij het gebruik wordt teruggeschroefd:

  • 50% minder chemische en gevaarlijke pesticiden tegen 2030,
  • 50% minder antimicrobiële middelen tegen 2030 en
  • 20% minder meststoffen tegen 2030

Het moet leiden tot een serieuze opschaling van de biologische landbouw (25 % in 2030) en het belonen van landbouwpraktijken die koolstof in de grond opslaan. “Boer tot Vork” moet ook de vele bestaande korte keten praktijken actief ondersteunen.

Deze aanpak van de Commissie von der Leyen inspireert. En we zijn er als Voedsel-Anders, Boerenforum en Wervel enthousiast over.

De grote vraag blijft echter hoe de “Boer tot Vork”-strategie spoort met de voorstellen voor de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Het bevreemdt ons dat de Europese Commissie enkele weken geleden een werkdocument publiceerde dat de bestaande hervormingsvoorstellen van het GLB toetst aan de Green Deal, met het merkwaardige besluit dat de voorliggende hervormingsvoorstellen van het GLB verenigbaar zijn met de “Green Deal” en de “Boer tot Vork”- en de biodiversiteitsstrategie.

De COVID-19-pandemie en de groeiende bezorgdheid over de klimaat- en de milieukwestie zorgen daarenboven voor een nieuwe realiteit. 

De Coronacrisis bracht de grote kwetsbaarheid van het huidige systeem pijnlijk aan het licht. In de hele wereld werden de ernstige gevolgen en risico’s van de mondialisering en het neoliberale beleid duidelijk. Het tekort aan mondmaskers bijvoorbeeld kwam er door de verplaatsing van de productie, de externalisering van de productiekosten en de grote afhankelijkheid van geglobaliseerde productieketens. De kwetsbaarheid van de EU en de grote moeilijkheden om in de hele EU een gecoördineerd antwoord te bieden op de gezondheids-, economische en sociale problemen die door de crisis worden veroorzaakt, zijn duidelijk.

Op voedselgebied wordt het belang van kleine en middelgrote landbouwers die opteren voor een korte keten en rechtstreekse contacten hebben met de consument, steeds duidelijker. De Covid-19-crisis zorgde bij de consument voor een verhoogde aandacht in lokaal en authentiek voedsel en stimuleerde de verkoop in de korte keten. Veel Vlamingen (her)ontdekken hoevewinkels, boerenmarkten, groenteabonnementen, zelfpluk, CSA-boerderijen of voedselteams.

Ze kopen daar nu ook vers, lokaal en seizoensgebonden voedsel. Uit een onderzoek van de VLAM blijkt dat uit een bevraging die VLAM bij producenten in de korte keten hield, bovendien blijkt dat 67% van de korte keten-producenten zegt nu een hogere omzet te draaien. 83% antwoordt nu meer nieuwe klanten te hebben dan normaal.

 

Een rechtstreeks contact tussen producent en consument bevordert het toenemend wederzijds respect. Zo staan op CSA-bedrijven burgers op microschaal mee in voor de risico’s van de boer. Een verantwoord en rechtvaardig voedsel- en landbouwsysteem zou dat CSA-model moeten opschalen tot op het Europese macro-niveau. 

De landbouw- en voedselproductie in Europa mogen niet afhankelijk zijn van en ondergeschikt aan geglobaliseerde voedselsystemen die worden opgelegd door bindende afspraken binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en vrijhandelsovereenkomsten. We kunnen niet het risico lopen dat deze gezondheidscrisis, of eventuele toekomstige crises, tegelijkertijd tot een voedselcrisis leiden. Nochtans is dat de weg die de EU bewandelt door grote delen van de voedselproductie te verplaatsen en door van voedsel een handelswaar te maken en niet een grondrecht voor de hele bevolking. Het Wetenschappelijk Adviesmechanisme, een dienst die onafhankelijk wetenschappelijk advies rechtstreeks aan de Europese commissarissen verstrekt om hen te informeren bij hun besluitvorming, stelt zeer duidelijk dat de EU moet stoppen met het behandelen van voedsel als handelswaar. Voedsel moet gezien worden als een  gemeenschappelijk goed. Daar lezen we niets over in de “Boer tot Vork”-aanpak.

 

Een verantwoord en rechtvaardig voedsel- en landbouwbeleid stopt de externalisering van de kosten van goedkoop, ongezond voedsel dat zorgt voor ernstige gevolgen voor het milieu en de samenleving in vele delen van de wereld. Onze ervaring in Brazilië over de aantasting van het Amazonewoud en de Cerrado spreekt boekdelen.

De huidige hervormingsvoorstellen van het GLB zullen niet bijdragen aan de opbouw van een sterk landbouw- en voedselbeleid in de EU. Zij kunnen noch de oorspronkelijke doelstellingen, noch de negen nieuwe doelstellingen (het waarborgen van een eerlijk inkomen, het vergroten van het concurrentievermogen, het herstellen van het evenwicht in de voedselketen, maatregelen tegen klimaatverandering, milieuzorg, het behoud van landschappen, de toegang van jonge landbouwers garanderen, levendige plattelandsgebieden, het beschermen van de voedsel- en gezondheidskwaliteit) verwezenlijken. Om die doelstellingen van het GLB te bereiken, zijn coherente beleidsmaatregelen nodig op alle beleidsgebieden van de EU, waaronder het economisch, fiscaal, handels-, landbouw- en voedsel-, milieu-, consumenten- en sociaal beleid. Dat is nu Europees niet het geval.

 

Europees, nationaal, regionaal en op stedelijk gebied is er nood aan een holistische aanpak, waarbij er kansen worden gecreëerd en mechanismen worden opgezet voor de ondersteuning van kleinschalige voedselvoorziening en boerenlandbouw. Het industriële voedselsysteem is wezenlijk de oorzaak van de uitbuiting van boeren en boerinnen, de erosie en verontreiniging van bodem, water en lucht, ongezonde diëten die leiden tot obesitas, het verlies van biodiversiteit en het overmatig gebruik van pesticiden, meststoffen en antimicrobiële middelen.

 

Een verantwoord en rechtvaardig voedsel- en landbouwbeleid moet gebaseerd zijn op de beginselen van voedselsoevereiniteit. De duurzaamheidsdoelstellingen die vervat zitten in de “Boer tot Vork”- en de biodiversiteitsstrategie moeten het uitgangspunt zijn van elke hervorming. Maar ze moeten dan ook worden ingekaderd in de hervorming van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en zo wezenlijke instrumenten van een groene en duurzame transitie worden.

 

Een verantwoord en rechtvaardig voedsel- en landbouwbeleid moet democratisch zijn en vanuit milieuoogpunt duurzaam gericht op de verwezenlijking van de Green Deal-ambities. Zo kan ze de aanzet vormen om de grondoorzaken van de crisis, waarin we vandaag zitten, bij de wortels aan te pakken vanuit een grondige vernieuwing van het gangbare landbouwdenken in de richting van agro-ecologische landbouw.

 

Een verantwoord en rechtvaardig voedsel- en landbouwbeleid heeft aandacht voor de boer die het risico neemt. We zitten in het vierde seizoen op rij van extreme droogte. De beste manier om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen is investeren in agro-ecologische technieken, want agro-ecologie zorgt voor toenemende weerbaarheid tegen klimaatverandering en een afname van de uitstoot van broeikasgassen in combinatie met een toename van organisch materiaal in de bodems. Het promoot het zelfbeheer van land, water en bossen, zaden, gewassen en agro-biodiversiteit door lokale gemeenschappen. Maar voor veel landbouwers is het verdomd moeilijk gewassen overeind te houden en überhaupt iets te produceren. De klimaatverandering is nu bezig. Boeren en boerinnen betalen de rekening. Als klap op de vuurpijl wordt – mede onder Europese druk – het rampenfonds over enkele jaren uitgefaseerd en enkel nog beschikbaar gesteld voor landbouwers die minstens 25% van het areaal laten verzekeren. De verzekering tegen risico’s wordt overgelaten aan de private markt. Maar die privé-verzekeraars weten uiteraard ook dat er blijvend klimatologische problemen op ons af komen. En dat zorgt voor druk op de premies. Het werk van boeren kunnen we via de markt vergoeden, maar de risico’s tegen weersomstandigheden, plagen, klimaatverandering en dergelijke moeten gedekt worden door de samenleving als geheel. Ook dat is de inzet van een verantwoord en rechtvaardig voedsel- en landbouwbeleid.

Zo’n voedsel- en landbouwbeleid gaat over meer dan een weersverzekering. Het garandeert een rechtvaardige prijs voor het werk van boeren en boerinnen en het beschermt hun rechten. Als het hervormde GLB een plafond van maximaal 50.000 euro per bedrijf zet van EU-ondersteuning bespaart de Europese landbouwbegroting 12 tot 13 miljard euro. Dat geld kan gebruikt worden om voor nieuwkomers de toegang tot grond en markten te verzekeren. Dat geld moet gespendeerd worden aan een daadwerkelijke transitie naar een ander, agro-ecologisch landbouwmodel. Studie op studie wijzen uit dat de sluipende moordenaar op de boerenbedrijven de stijgende kosten zijn. Boeren en boerinnen zitten tussen hamer en aanbeeld. Onder het aambeeld zien we de vaak nefaste rol van de distributiesector met (opgelegde) wurgcontracten. Boven het aambeeld de monopoliepositie van toeleveranciers van grondstoffen. Aan grondprijzen en gestegen voederkosten gaan op dit moment ook de familiale bedrijven in de Korte Keten kapot. Verder pleit de “Boer tot Vork”-aanpak voor innovatie. Maar als we het hebben over innovatie als uitweg, moeten we ervoor zorgen dat de gespendeerde middelen niet langer, zoals vandaag al te vaak, vooral blijven plakken in de structuren. Wij pleiten voor innovatie mét (in plaats van ‘voor’) de landbouwers en de burgers. Ook dat is agro-ecologie. Innovatie gaat overigens verder dan het zoeken naar zuiver technische en technologische oplossingen. Belangrijker: met welk doel gaat de Vlaamse landbouw innoveren? Willen we academici aan de slag houden, kennis exporteren als product of willen we onze boerenbedrijven coachen in hun zoektocht naar meer veerkracht? Wil Vlaanderen hier het verschil maken?

De COVID-19-pandemie leert ons dat ook op voedsel- en landbouwgebied nu een ander beleid moet uitgewerkt worden. De Europese Commissie verplicht de 27 lidstaten strategische nationale plannen voor het GLB op te stellen via een analyse in termen van sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen. De Commissie verlangt een strategische aanpak, zowel op het vlak van de bredere plattelandsontwikkeling als op de rechtstreekse inkomenssteunbetalingen aan landbouwers en sectorale interventies.

Het wordt dan ook tijd dat de Vlaamse Regering vanuit de vorig jaar afgeleverde SWOT-analyse een sterk strategisch plan opstelt. Dat moet gebeuren in volle transparantie en in breed overleg met de hele sector. Iedereen moet gehoord en gewaardeerd worden: de gangbare landbouw, de biolandbouw en de agro-ecologie, de vele korte ketenmodellen maar ook andere belanghebbenden zoals de consumentenorganisaties, de milieu- en natuurverenigingen.

 

Het strategisch plan moet de gepaste lessen trekken uit de COVID-19-crisis: aandacht voor veerkracht, steun aan korte keten-initiatieven, kracht geven aan landbouwmodellen die niet enkel gericht zijn op export. Dat moet gebeuren in actieve transparantie. De bestaande klankbordgroep komt nauwelijks samen en er is geen ruimte voor echte uitwisseling. Transparantie en participatie mogen geen loze begrippen zijn.

De Europese Commissie wil een nationaal strategisch plan. Daarom vragen we jullie nu al bij de start van deze oefening overleg te plegen met de andere Gewesten over aanpak en methodologie om te verzekeren dat de diverse regionale strategische plannen op een consistente manier in elkaar geschoven kunnen worden tot één nationaal Belgisch strategisch plan.

We vragen de Vlaamse ministers die deelnemen aan de Europese Ministerraden van Landbouw en Milieu om de uitgangspunten zoals aangereikt in de “Boer tot Vork”-, in de biodiversiteitsstrategie en in de Europese Green Deal, actief mee te nemen en te verankeren in de besprekingen van de hervorming van het GLB dat in 2023 van start zal gaan. We vragen de Vlaamse Regering ook een actieve rol op te nemen bij de bespreking van de wetgevende voorstellen inzake “Boer tot Vork”- en biodiversiteitsstrategie en die als medewetgever te versterken in de Europese Ministerraden.  Alleen dan zullen we kunnen spreken van een echte transitie van onze voedselproductie richting 2030 en 2050.

 

Wervel, Boerenforum en Voedsel Anders werken vanuit hun expertise met plezier hieraan mee. We staan dan ook ter beschikking om actief betrokken te worden bij deze oefening.

 

Jan Vannoppen, Voorzitter Voedsel Anders; jan1.vannoppen@gmail.com, 0476417650

Luc Vankrunkelsven, medewerker Wervel, luc@wervel.be, 0472714873

Tijs Boelens, woordvoerder Boerenforum, tijsbtijs@gmail.com, 0488994732

EU-MERCOSURAKKOORD: ALLE LICHTEN OP ROOD

POST-CORONA: MIDDENVELD ROEPT OP OM MODEL VAN HANDELSAKKOORDEN TE HERZIEN

18.06.2020
Op dinsdag 16 juni kondigde de Europese Commissie een uitgebreide openbare consultatie
aan over het Europese handelsbeleid dat sterk in vraag gesteld is naar aanleiding van de Covid19 pandemie. Voor België en de andere lidstaten is dit een niet te missen gelegenheid om het
huidige model voor handels-en investeringsakkoorden grondig ter herzien.

De Belgische ‘Stop EU-Mercosur coalitie’ roept de Belgische regeringen en parlementairen op
om deze gelegenheid te grijpen en te beginnen met het verwerpen van dit akkoord dat de
essentiële beginselen inzake duurzame ontwikkeling en respect voor de mensenrechten en
sociale rechten niet bevordert.
De Covid-19-crisis heeft de kwetsbaarheid van het sterk verweven mondiale economische
systeem aan het licht gebracht, waarbij de gezondheids- en voedselsector bijzondere aandacht
krijgt. Het gebrek aan maskers en beschermingsmiddelen voor de gezondheidswerkers en de
haast bij de lokale producenten hebben aangetoond dat liberalisering ten koste van alles niet de oplossing is.

In die context wordt de voortgang van de onderhandelingen voor een handelsakkoord tussen
de EU en de Mercosurlanden (Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay) niet alleen vertraagd
door Covid-19, maar ook door de politieke positie van de Braziliaanse president Bolsonaro die
onder druk staat en door de slechte economische situatie in Argentinië. Maar ondanks de
bedenkingen die ook door verschillende Europese parlementen en staten zijn geuit, staat de
sluiting van deze overeenkomst nog steeds op de agenda. De Belgische coalitie ‘Stop EUMercosur’, die landbouworganisaties, ngo’s en vakbonden samenbrengt, wil daarom de zeer
toxische gevolgen van dit vrijhandelsakkoord onder de aandacht brengen in een
gemeenschappelijk standpunt.

LANDBOUW: 74% VAN DE IN BRAZILIË GEBRUIKTE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN
ZIJN IN EUROPA VERBODEN.

Het dominante agro-industriële model in de Mercosurlanden is gebaseerd landroof door een
minderheid van grootgrondbezitters en op het massale gebruik van pesticiden en GGO’s
(genetisch gemodificeerde organismen) en van antibiotica en groeihormonen in de veehouderij.
De overeenkomst tussen de EU en de Mercosur voorziet in de volledige afschaffing van de
douanerechten voor 82% van de Europese landbouwinvoer uit de regio en in preferentiële tarieven voor gevoelige producten. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de invoer van 99.000 ton
rundvlees uit de Mercosur, die tegen een verlaagd tarief in Europa zou kunnen worden
ingevoerd. Aan de andere kant zouden de grenscontroles verminderd worden om de handel te
vergemakkelijken en de kosten te verlagen, waardoor de mogelijkheid om problemen op te
sporen en te verhelpen wordt beperkt.
De inhoud van de overeenkomst zal de familiale landbouw aan beide zijden van de Atlantische
Oceaan marginaliseren ten gunste van de agro-industrie en zal ook de Europese
voedselzekerheid bedreigen. “Het is niet met het ondertekenen van handelsovereenkomsten
zoals die tussen de EU en Mercosur dat we de herlokalisering van onze landbouw en een transitie van onze voedselsystemen zullen bereiken, zoals de Europese Commissie in haar nieuwe ‘Boer
tot bord’-strategie bepleit. Dit gebrek aan consistentie is gevaarlijk. Onze boeren kunnen niet
worden onderworpen aan tegenstrijdige richtlijnen om hogere productienormen te respecteren, terwijl ze wel moeten concurreren met productie waarvoor laksere normen gelden”, zegt Luc
Vankrunkelsven van Wervel en Boerenforum.

KLIMAAT: BRAZILIË, PARAGUAY EN ARGENTINIË BEHOREN TOT DE 10 LANDEN WAAR
DE ONTBOSSING HET MEEST VERWOESTEND IS.

80% van de ontbossing in de Mercosur, die zowel het Amazonewoud, als de Cerrado en de
Chaco, treft is te wijten aan landbouw- en veeteeltactiviteiten en draagt in belangrijke mate bij
tot de toename van de CO2-uitstoot. Deze versterken op hun beurt het fenomeen van de
opwarming van de aarde. “De EU-Mercosur deal zal de industriële landbouw verder intensiveren. Bij ons krijgen dieren in vervuilende megastallen soja te eten uit recent ontboste gebieden aan
de andere kant van de Oceaan. Dat is pure waanzin op het vlak van milieu en klimaat. De beelden van de talloze vuurhaarden in het Amazonegebied afgelopen zomer staan nog op ieders netvlies gebrand. Een economische model dat dit soort rampen veroorzaakt, mogen we niet in stand
houden”, benadrukt Sebastien Snoeck van Greenpeace België.

RECHTEN VAN WERKNEMERS EN INHEEMSE VOLKEREN NIET GEGARANDEERD

“Brazilië heeft de fundamentele arbeidsnorm 87 van de IAO inzake de vrijheid van vereniging niet geratificeerd, maar respecteert ook niet de normen die het wel heeft geratificeerd. Het
Internationaal Verbond van Vakverenigingen (IVV) heeft Brazilië toegevoegd aan de lijst van de
tien slechtste landen ter wereld op het gebied van de eerbiediging van de arbeidsrechten. De
vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt op het gebied van sociale ontwikkeling en
arbeidsrechten is onder Bolsonaro teruggedraaid”, stelt Sharon Burrow van het IVV.
Bovendien zal de toenemende druk van de commerciële uitbating van het Amazonewoud de
sociale en milieuconflicten, die de inheemse volkeren die in dit gebied leven reeds treffen, nog
doen toenemen. De overeenkomst tussen de EU en de Mercosur creëert echter geen kader voor de bestraffing van schendingen van rechten. “Dit is een constante eis van het maatschappelijk
middenveld: de naleving van de sociale en milieuafspraken moet even bindend zijn als de andere clausules van de handelsovereenkomst. Overtredingen van deze afspraken moeten krachtigere
worden aangepakt dan met aanbevelingen of een expertenverslag”, zegt Els Hertogen van
11.11.11.

De vragen die de gezondheidscrisis oproept en die aanleiding zijn voor de consultatie van de
Europese Commissie, bieden een unieke gelegenheid om het huidige economische model
drastisch om te gooien, om sociale rechtvaardigheid en milieubehoud te garanderen.
Om deze redenen roept de Belgische coalitie “STOP EU-MERCOSUR” de regeringen in België en
alle Belgische parlementairen op om zich te verzetten tegen dit handelsakkoord.

Ondertekenende organisaties :
11.11.11-Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging
ABVV-FGTB
ACV-CSC
Boerenforum
Broederlijkdelen
CNCD-11.11.11
Entraide et Fraternité
FMB (Flemish MilkBoard)
FUGEA (Fédération Unie de Groupements d’Éleveurs et d’Agriculteurs)
Greenpeace
MAP (Mouvement d’Action Paysanne)
MIG (Milcherzeuger Interessengemeinschaft)
Oxfam
Wervel

BRON: http://www.11.be

#BeterNaCorona: ondersteun de korte keten

Door de huidige coronacrisis kopen mensen massaal hun voedingsmiddelen bij zogenaamde korte keten-boeren. Korte keten betekent rechtstreeks bij de boeren of producenten kopen. Op die manier kunnen landbouwers of producenten de prijs en het aanbod zelf bepalen. De consumenten kopen weer rechtstreeks bij de boeren omdat ze tijdens deze publieke gezondheidscrisis gezonder willen eten. Ze hebben de tijd om stil te staan bij waar hun voeding vandaan komt en steunen graag de lokale economie in deze moeilijke tijden.

Korte keten heeft dan ook alleen maar voordelen. Ten eerste eet je volgens de seizoenen, wat minder impact op onze natuur heeft. Het komt daarnaast je gezondheid ten goede, want de seizoensgebonden fruit en groenten bevatten de vitamines die je op dat moment nodig hebt. Verder betaal je een eerlijke prijs, omdat er geen winstmarges naar tussenpartijen gaan. Het is ten slotte veel smakelijker doordat het in het seizoen geteeld is en je leert daarbovenop je boeren weer kennen.

Zo geniet ik zelf ook wekelijks van een zeer divers aanbod groenten van Boer Matthias, 30 jaar en de vierde generatie op boerderij Seizoensmaak. Een aantal jaar geleden besloot Matthias om resoluut een andere weg in te slaan: kleinschalige productie en rechtstreeks verkopen aan de klant. Hij wou vooral ook weer zijn eigen prijzen bepalen. Toen ze maar een beperkt aantal gewassen verbouwden en samenwerkten met de veiling, was dat anders. Matthias legt het even uit:

“Op de veiling geef je je producten af zonder op voorhand de prijs te kennen. De keurder van de veiling bepaalt de prijscategorie op basis van esthetische eisen. In de veilingzaal geldt de wet van vraag en aanbod. De prijs start bij de bepaalde prijscategorie en daalt tot er een van de inkopers van de supermarkten afdrukt. Voor de inkopers is het dus een sport om voor de supermarkten die prijs zo laag mogelijk te houden. Zo gebeurde het regelmatig dat er onder andere door een overaanbod lager was geboden dan de productieprijs. Helaas merkt de consument niets van die prijsschommelingen. Consumenten kennen veelal de realiteit achter de prijs op hun kassaticket niet. Ze betalen waarschijnlijk dezelfde prijs maar weten niet dat de boeren een veel lagere prijs hebben gekregen voor die producten. Als boer probeer je de kostprijs te drukken door meer te produceren. Maar zoals we net geleerd hebben; overaanbod keldert de prijs. Een straatje zonder eind.”

Matthias is blij met de keuze om uit dat systeem te stappen en ik ben ervan overtuigd dat ik dat ook proef. Hij koos voor meer economische zekerheid en stabiliteit. Hij koos voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Hij koos voor vrijheid.

Van B(oer) tot Z

Vandaag is zijn omzet tijdens deze vreemde periode met 200% gestegen. Mooi toch? Alleen zie ik boer Matthias tijdens de corona-‘hoogdagen’ ook nu nog elke week met zijn handen in het haar zitten. Een verdubbeling van de verkoopcijfers is bij boeren namelijk niet zo eenvoudig als 1+1=2. Er komt veel meer bij kijken. Laat ons even mee-boeren met Matthias.

Hij doet letterlijk alles zelf. Van de administratie, het verpakken, de HR, sales, logistiek tot en met het zaaien en oogsten. De structuur van een groot bedrijf gecomprimeerd in een ambachtelijk beroep. Als je zo klein bent en zo veel op je boterham neemt, dan kan je niet zomaar twee keer zo snel schakelen. De omzetstijging doet inderdaad pijn.

Wat betekent een omzet van 200% als je je kosten maar nauwelijks kunt dekken? Matthias schakelde de tussenpartijen, zoals de veiling en de supermarkten, uit om meer marge voor zich houden, maar hij heeft hierdoor nu ook meer kosten omdat hij alles voor eigen rekening neemt.

Stel zijn werkelijke kost om een preistengel te produceren is één euro maar hij verkoopt die aan 80 eurocent, dan verliest hij dus 20 eurocent per preistengel. Een stijging in verkoop is dan vooral niet wenselijk. Je denkt waarschijnlijk: “Verkoop die preistengel gewoon aan anderhalve eurocent.” Alleen komen we weer bij de wet van vraag een aanbod.

Matthias wil toch niet te ver afwijken van de prijzen van de supermarkten, want anders wordt hij bestempeld als (te) duur. Hij betaalt een prijs voor de beperkte vrijheid die hij heeft gekocht door afstand van de veiling te nemen. Zijn onderneming heeft het moeilijk om te concurreren met kwantiteit en efficiëntie. Het is een verhaal zoals dat van David en Goliath.

In de schaduw van multinationals

Concurreren met multinationals, die duizenden werknemers en verschillende mathematische modellen die het aankoop- en verkoopbeleid bepalen hebben, is een brug te ver voor het kleine economische model van Matthias. Schaalgrootte dicteert de wet in deze maatschappij. Die invloed zie je zelfs bij de huidige coronamaatregelen die kleine boerenmarkten verbieden, maar grote supermarkten met dagelijks duizend tot drieduizend personen bezoekers wel toelaten. Twee maten, twee gewichten.

Versta me niet verkeerd, we moeten inderdaad steeds meer monden voeden en dat moet uiteraard betaalbaar zijn voor iedereen. De industriële revolutie in de landbouw en supermarkten zijn innovatieve oplossingen geweest op die vraag. Alleen zijn er met die evolutie heel wat verborgen kosten mee in het proces geslopen. Om maar twee op te noemen: de impact van pesticiden op onze gezondheid en onze natuur.

Stel je voor dat we die verborgen gezondheidskosten en het verlies van natuurrijkdom kunnen berekenen en toevoegen aan de prijs van gangbare producten. Onze voeding zou onbetaalbaar worden. Zou het dan niet (financieel) gezonder zijn om te kiezen voor kwalitatief hoogwaardige voeding die toegankelijk is voor iedereen?

Korte keten is en blijft cruciaal

Het korte-keten-proces kan dan ook een cruciale rol spelen in de transitie naar een ander voedselsysteem. Alleen hebben deze pioniersboeren ondersteuning in hun groei nodig. Overheden, onderzoeksinstellingen, burgers en bedrijven: allen kunnen meedenken met Matthias en hem dus helpen ons van smakelijke, gezonde en lokale voeding te voorzien op een duurzame manier voor hem, onze maatschappij, onze natuur én onze centen. Niet alleen tijdens deze crisis, maar ook in de post-corona-periode.

Begin alvast met je lokale seizoensboer(en) op te zoeken of help misschien eens mee. Waardeer hun beroepsfierheid en passie.

Ze beoefenen ten slotte een van de oudste beroepen ter wereld, co-creëren onze natuur en landschap, stimuleren toerisme en de horeca door de typische streekproducten. Ze bepalen mee de identiteit van een regio.

Denk maar aan de Noordzeegarnaal, kaviaar van de Belgen, de Boechoutse appelstreek, de Mechelse asperges, de mattentaarten van Geraardsbergen, Brabants grondwitloof en zo verder. Het wordt tijd om deze onderbetaalde helden, deze Don Quichot’s, een podium te geven.

Het slotwoord geef ik graag aan Matthias:

“Als bedrijf willen we in de toekomst niet meer land gebruiken, maar het land wel beter gaan gebruiken; optimaal gebruik maken van de seizoenen en natuurlijke eigenschappen van de planten. Uiteindelijk is het namelijk wel de bedoeling dat wij, de kleinere producenten, de grote steden kunnen gaan voeden. Maar hiervoor hebben we ook ondersteuning nodig vanuit de consument, maar ook vanuit de overheid en gemeentes. Alleen dan kan het meegenomen worden in de plannen voor de stedenbouw, in het beleid van de overheid. Ik hoop dat in de toekomst er een groter bewustzijn is onder mensen waar hun eten vandaan komt, hoe het verbouwd is en waarom dat nou zo ontzettend belangrijk is.”

Bon appétit.

Lees meer: https://www.apache.be/gastbijdragen/2020/05/06/ondersteun-korte-keten-beternacorona/ © Apache

BRON: https://www.apache.be/gastbijdragen/2020/05/06/ondersteun-korte-keten-beternacorona/

Tienerdroom om biologisch te boeren uitgewerkt

Tijs Boelens verwezenlijkt met ‘de Groentelaar’ zijn biologische landbouwdroom. – Foto: TD

In het Pajottenland telen Tijs en vennoot Sander Van Haver op 2 ha samen met seizoensarbeiders biologische groenten op een duurzame manier met veel aandacht voor smaak en versheid op het tempo van de seizoenen. Afzet verloopt via de korte keten via lokale handelaren, horeca, groentepaketten of een marktkraam.

De coronacrisis heeft nagenoeg geen invloed op zijn bedrijf. Dit komt omdat hij voor een ander landbouwmodel koos, dat door kleine veranderingen meer veerkracht bezit.

Hoe ben je ertoe gekomen om je eigen biologisch akkerbouwbedrijf op te starten? Wat is jouw ‘drive’?

Ik groeide op in een landschap waar de link tussen landbouw en natuur nog redelijk logisch was. Het Pajottenland van mijn jeugd had nog veel kleine bedrijven en het landschap was dooraderd met haagkanten en beekjes. Ik was een buitenjongen, een natuurmens en voor mij hoorde landbouw daarbij. Ik wou elke dag buiten kunnen werken en zag de boeren rondom mij dat doen. Ik wou dus boer worden. Doorheen mijn tienerjaren is mijn landbouwdroom zich steeds meer gaan richten op die biologische sector. Niet alleen vond ik dat die landbouwtak meer zorg draagt voor de natuur, ik vond ook dat de mens er beter in past. Een eerlijker loon, minder blootstelling aan gevaarlijke producten… Dat zinde me wel. Een sociale en een ecologische bewogenheid brachten me dus dicht bij de biologische landbouw.

Van waar had je de (teelttechnische) kennis om dit te doen?

Met een droom als boer heb ik veel als seizoensarbeider gewerkt. En daarnaast las ik veel en spreek ik veel met collega-boeren. Op het vlak van teelttechnische kennis is mijn hoofd een spons. Ik onthou makkelijk en veel. Ik voel vaak ook aan wat er wordt bedoelt. Je moet de bodem niet alleen snappen, je moet hem ook aanvoelen. Ik kan dat (na 15 jaar in de sector) nog steeds niet zo goed als mijn oudere (vaak gangbare) collega’s, maar dat heeft soms ook te maken met ongeduldigheid in het voorjaar… waardoor ik toch dat tikkeltje te vroeg aan een grondbewerking begin. Vaak voel ik dan wel aan dat het niet klopt en achteraf zie je dat ook. Al de kennis die je opdoet bij collega’s moet je dus ook nog eens zelf beginnen toepassen. Ik merkte bijvoorbeeld op dat mijn echte leerschool pas begon toen ik mijn deeltijdse job opgaf en voltijds boer werd. Doen = leren… Zo worden alle jongeren in boerengezinnen écht goede boer(inn)en.

 


Met uitzondering van de wiedeg, is iedere machine van de Groentelaar voorzien van een snelkoppeldriehoek. Zo kan snel, veilig en meermaals per dag van machine verwisseld worden. – Foto: TD

Hoe pak je het praktisch aan? Van waar haal je de akkers?

Momenteel huren we al onze gronden, van particulieren of van collega’s. Die collega’s zijn zelf ook aan het omschakelen naar bio. Aangezien zij akkerbouwmatige teelten zoals grasklaver en granen (maïs, gerst-triticale …) doen, proberen wij mee te roteren met hen. We moeten die dingen wel nog eens op punt zetten, maar dit is het tweede jaar op rij en voor ons is dat echt prachtig. Een bodem ligt zeer groentevriendelijk na enkele jaren grasklaver! Het is wel een verschrikkelijke uitdaging om gronden te vinden… Moesten we meer biologische bedrijven in onze omgeving hebben zou dat de zaken sterk vergemakkelijken.

Je stond niet alleen aan de wieg van ‘de Groentelaar’. Wie stapten mee in het verhaal?

We begonnen ooit met zijn vijven. Seppe was biologische rundveehouder en dan 4 keer het jong geweld: Lies (werkzaam bij Landwijzer vzw en bloementeeltster in het Gentse), Lieven, Sander en ik. We hadden allemaal de ‘duurzame landbouw’-vibe te pakken gekregen bij de JNM (Jeugdbond voor Natuur en Milieu) en we wilden eraan beginnen. Lies, Lieven en Seppe begonnen elk met een eigen bedrijf/verhaal. Sander en ik gingen voort als magisch duo. We zijn heel andere persoonlijkheden, maar dat maakt ons veel krachtiger en verstandiger op bedrijfsniveau. Momenteel wordt ons team terug aangesterkt. Vorig jaar namen we een vroegere chef-kok, Lode Dalle, in dienst als voltijdse arbeidskracht. Dit jaar hebben we nog 3 vaste vennoten die toetreden (Julien, Tom en Anna). Zij hebben hun eerste Groentelaarperiode als seizoensarbeider doorzwommen, maar wilden meer. Ze wilden geen ‘chef’ die zei wanneer ze wel en niet mochten werken, maar ze willen mee aan het roer staan. Daardoor kan ons bedrijf nu verder groeien. Iets intensievere teelten uitproberen, directe verkoop opstarten en mankementen uit onze boerderij halen… Zonder hen was dat niet mogelijk. En achter de schermen staan er nog heel wat seizoensarbeiders die voor kortere of langere periodes kwamen/komen helpen.

Hoe pak je het aspect ‘personeel’ aan? Hebben zij jaarrond hun werk? Hoe zit de taakverdeling in elkaar?

Personeel komt neer op ‘ieder autonoom in zijn werkveld’. Sander managet echt De Groentelaar. Bij hem komen de vragen van hoeveel loon en hoeveel seizoensarbeid, maar ook welke investeringen en welke teelten voor hoeveel geld.

I edereen gaat dus regelmatig bij hem te rade wanneer ze iets nodig achten. Verder probeer ik zoveel mogelijk de kennis die ik reeds vergaarde te delen, maar laat ik ook ruimte voor een nieuwe aanpak. Dat is zeker niet altijd makkelijk, maar ik heb geen zin om overal als een broedse kip bovenop te blijven zitten. Delen en vooruit gaan, dromen en doen… Zoiets.

W elke teelten zitten in het aanbod? Hoe moeilijk is het om deze via de biologische wijze te verbouwen? Zijn er teelttechnische problemen die nog niet beheersbaar zijn?

We telen echt bijna alles. Strikt genomen vallen de teelten uiteen in 2 categorieën: tuinbouwmatig en akkerbouwmatig. In de akkerbouw roteren we op grotere percelen met kolen, knolselder, prei en rode biet. De andere groenten zoals ajuin, wortel, bloemkool en pompoen halen we bij collega’s uit de buurt. In die akkerbouw roteert ook graan mee. Dat zijn speciale oude rassen die we zelf op tuinbouwmatig niveau vermeerderen.

In het tuinbouwmatige telen we verschillende slasoorten, andijvie, groenlof, roodlof, venkel, courgettes, paprika, busselui, aardbei, rabarber, rucola, peterselie, radijs…

Op kleine schaal worden oude tarwerassen vermeerderd. – Foto: TD

Ik denk dat in de biologische landbouw momenteel alles lukt. Je moet gewoon op zoek naar robuuste rassen. Niet de opbrengstvolumes zijn van belang, maar vooral de opbrengstzekerheid. Een voorbeeldje daarin zijn onze appelaars. Tussen onze groentepercelen planten we momenteel hagen van appelaars. We kiezen daar voor oude rassen die zonder al te veel extra zorgen een mooie productie hebben. Geen Jonagolds maar Reinette Hernaut bijvoorbeeld. In Gembloux hebben ze al onze oude rassen eens ‘gescreend’ op gebruiksvriendelijkheid in bedrijven zoals het onze. Aan hun lijst hebben we erg veel. De Jonagolds hebben we momenteel trouwens al in het verkoopsaanbod dankzij Danny Billens uit Oetingen, met die oude rassen verbreden we het aanbod in de regio. Bio is samenwerken he! (lacht)

Telen jullie naast groenten nog fruit of houden jullie dieren?

Fruit is dus sinds kort opgestart bij wijze van ‘akkermeubilair’, de rabarber-fruitboomrijen moeten de droge noord-oostenwinden of de droge zomerbries wat bufferen. Bovendien hopen we met de bladval de mineralenniveaus in onze grond nog wat op te krikken. Sander begon verder met kippen. Dit jaar is het een try-out, maar binnenkort gaan we met een mobiele kippenstal aan de slag. Dan worden eventuele grasklaverpercelen wat extra gevaloriseerd. Herkauwers hebben we momenteel niet. Dat is een zwak punt, maar we overbruggen dat door goed samen te werken met collega-boeren uit de regio. Hilde en Seppe van bioboerderij Dubbeldoel zijn daarin een logische alliantie, maar ook daar: hoe meer, hoe beter.

Merk je dat de extremere weersomstandigheden bijvoorbeeld heet of droog versus nat een grotere of juist kleinere impact hebben op je biologische bedrijfsvoering?

Biologisch telen heeft het grote voordeel van die robuuste rassen en een humusrijke grond. Wij merken grote verschillen op tussen percelen waar vroeger weiland was of eerder maïs-akker. Ook de stukken waar al 10 jaar biologisch op wordt geteeld zijn een droom. Maar bio alleen is niet genoeg. Er is een nood om meer te doen. Wij zijn nu aan de slag met die bomenrijen, maar eigenlijk zouden al de boeren (bio of niet) terug bomenrijen en haagkanten in het landschap moeten trekken. Op die manier komt er tijdens hete zomermaanden weer meer waterdamp in de lucht te zitten en verhoogt dat de kans op regenbuitjes. En dan kan je nog een tikkeltje verder gaan in een heuvelachtig landschap als het onze. Door bomenrijen mooi op de hoogtelijnen aan te leggen, voorkom je in de winters of na onweders al te veel uitstroom en erosie. Het water wordt door die bomenrijen in de grond ‘gedwongen’. Die waterreserves zijn tot maanden erna merkbaar. Dat is echte agro-ecologie. Je moet echt de grens bio-gangbaar overschrijden en je moet met hele regio’s vooruit. Samenwerking en kennisdelen is de sleutel tot succes. In een scenario waar we meer houtkanten creëren, geven die ook weer kansen voor jongeren die aan de slag zijn met hout, fruit of – nog lekkerder – ciders en sappen.

De Treffler wiedeg is het modernste stuk materiaal op het erf van de Groentelaar. Ze is op de groei gekocht, maar helpt nu ook de collega biolandbouwers. – Foto: TD

Mechanisatie in bio is heel belangrijk. Hoe zit dit op jullie bedrijf?

We hebben een bedrijf dat zeer low-cost is. Niet omdat we ervan dromen, maar omdat we niet worden gesteund door grote budgetten of een goed overheidsbeleid. Elke frank die hier binnenkomt moet hier in twee worden gebeten. Om die reden werken we met de simpelste schoffels (2 en 3 rijïge achter de tractor). In onze wiedeg hebben we wat meer geïnvesteerd. Die is op de groei gekocht, maar dient ook om collega-boeren uit het granennetwerk (bio en gangbare boeren die granen produceren voor lokale brouwerijen). Op die manier kunnen ze de machine is uittesten en hun ervaringen delen. We kochten ook een plantmachine om het schoffelen en wiedeggen nog strakker te kunnen aanpakken, maar al bij al blijft het eerder low-cost. Belangrijkste factor blijft vakmanschap… alle dure machines ten spijt. Agro-ecologie en bij uitbreiding biologische landbouw, het is vooral kennis-intensief.

Hoe pakken jullie de biodiversiteit op het bedrijf aan?

Onze bomenrijen worden soms opgefleurd met bloemenranden. Waar mogelijk planten we ook hagen aan. Af en toe laten we uitgeoogste teelten in bloem gaan om exrtra bestuivers en natuurlijke vijanden aan te trekken. Soms schieten we voor die natuur ook eens in eigen voet. Een groenbemester met boekweit en zonnebloemen mag voor ons blijven bloeien en met zaden de winter ingaan. Dat geeft een prachtspektakel aan bloemen en akkervogels. De lente erna heb je dan wel meer ongewenste kiemers, maar het oog en het boerenhart wil ook wat hé. We doen dit om onze boterham te verdienen, maar die geelgorzen en die kneus, die zien we ook graag.

Was het moeilijk om klanten te vinden?

We merken op dat Vlaanderen een tandje moet bijsteken. Heel veel mensen zijn hard op zoek naar gezonde voeding, maar de biologische sector wordt te weinig ondersteund. De kracht van de verandering zit niet in megabedrijven met een anonieme bioproductie voor één of andere verwerker. Kleine bedrijven maken voedsel voor de mensen terug een tastbaar gegeven dat vertrouwen schenkt. De burger wil terug weten wat hij/zij eet en wij kunnen dat heel mooi tonen.

Doe je naast ecologische inspanningen ook sociale en/of maatschappelijke acties of andere?

Met het Boerenforum ben ik zeer actief en proberen we voortdurend boerderijen, generaties en sectoren met elkaar te verbinden. Ook proberen we het brede publiek te wijzen op de risico’s van vrijhandelsakkoorden en steunen we de consument die ‘stemt met haar vork’. In het Brusselse verkopen we veel van onze productie aan (kleinere) biowinkels. Om die reden zie ik het Brusselse sociaal middenveld ook als een plek waar ik mijn verhaal kwijt kan. Ik steun acties van groepen die met landbouw en voedsel bezig zijn, ik overleg met sociale organisaties en zit samen met groepen uit de ecologische beweging om hen een reality check te geven van het gezonde boerenverstand (knipoog). Met onze recent opgestarte verkoop van pakketten in het platteland rondom ons bedrijf heb ik een heel nieuwe groep mensen die ik meeneem in de avonturen van de biologische landbouw. De respons is enorm dankbaar. Niet alleen komen tv-koks (Sofie Dumont) bij ons hun hart ophalen, we zetten ook prachtige samenwerkingsverbanden op poten. Momenteel is een groep Halse klimaatactivisten met ons aan het samenwerken om onze pakketten ook voor maatschappelijk kwetsbare groepen toegankelijk te maken. Boeiend en prachtig.

Wil je zelf nog iets kwijt?

Met de kleine stappen die je op bedrijfsniveau zet, wordt je leven en je regio echt een boeiende, mooie plaats. Laat ons daar allemaal voor gaan!

 Tim Decoster

BRON: https://www.landbouwleven.be/8108/article/2020-05-29/tienerdroom-om-biologisch-te-boeren-uitgewerkt