Internationale dag van de boerenstrijd

Persactie Grond voor Voedsel

Als we nu niet ingrijpen, hebben we binnenkort geen grond voor voedsel meer!”

Zaterdag 17 april 2021, van 11 uur tot 12 uur 

Landbouwgrond wordt steeds schaarser en duurder. Ze wordt opgeslokt door destructieve agro-industrie, verdwijnt onder beton of valt ten prooi aan speculatie, verpaarding en vertuining. “Als we nu niet ingrijpen, hebben we binnenkort geen grond voor voedsel meer!” waarschuwt Boerenforum. 

Afspraakplaats: op de hoek van de Gijzenzelestraat en de Wettersesteenweg te Oosterzele. Parkeren kan in de Gijzenzelestraat.

Perscontact: Tijs Boelens, woordvoerder van Boerenforum: 0488/99 47 32

Naar aanleiding van de internationale dag van de boerenstrijd voert Boerenforum samen met ondersteunende organisaties actie voor een betere toegang tot grond voor boerinnen en boeren. Het is de kick-off van een campagne waarin ze vlaggen  plaatsen met daarop «grond voor voedsel» op landbouwgronden in Vlaanderen die dreigen te verdwijnen. «We willen laten zien dat landbouwgrond steeds schaarser wordt doordat ze enerzijds wordt ingenomen door industrie, verstedelijking, wegen, speculatie en mensen die er tuinen of paardenweides van willen maken en anderzijds door concurrentie van grootschalige en destructieve agro-industrie. Deze trends moeten dringend worden aangepakt of er is binnenkort geen grond voor voedsel meer over» legt bioboer Tijs Boelens uit.

Een voorbeeld van goede landbouwgrond die verdwijnt onder beton van autowegen vinden we in Oost-Vlaanderen. Daar wil men de N42 tussen Wetteren en Geraardsbergen  verbreden en/of omleggen om zo een (f)autostrade door de Vlaamse Ardennen te maken, die Nederland met Frankrijk verbindt. Daarbij worden woonwijken, landbouwgrond en natuur niet ontzien. Op verschillende plaatsen voert de bevolking actie en lanceert men juridische procedures tegen de gang van zaken. Zo ook in Oosterzele, waar Boerenforum, Wervel, Climaxi en FIAN België zaterdag actievoeren. Het nieuwe stuk N42 dat men hier vlak  naast de al bestaande baan wil aanleggen, snijdt dwars door landerijen en vereist een onteigening van 13 ha landbouwgrond en privéwoningen. De kosten worden geraamd op 11 miljoen euro. Dat alles in de hoop enkele minuten tijd te winnen voor het vrachtverkeer.

Deze zaak illustreert dynamieken die we overal in Vlaanderen zien: boerinnen en boeren moeten wijken voor uitbreiding van industrie, woningen en wegen. Vaak gaat het over investeringen die niet wenselijk, schadelijk of onnodig zijn, of waarvoor alternatieven gevonden kunnen worden. Elke dag verdwijnt 7 ha open ruimte, waarvan een groot deel landbouwgrond. Het probleem is voldoende gekend en in kaart gebracht, maar politieke maatregelen blijven uit. De instrumenten die al worden uitgewerkt dreigen hun doel voorbij te schieten. Eind maart sprak een ongeziene coalitie van landbouwers, natuurbeschermers, architecten en stedenbouwkundigen, zich nog uit tegen de Vlaamse betonstopplannen omdat ze niet zullen leiden tot de nodige bouwshift.

De concurrentie voor landbouwgrond komt echter ook uit andere hoeken. Meer dan 15 procent van de landbouwgrond wordt vandaag «oneigenlijk» gebruikt. In plaats van voedselproductie worden gronden gebruikt voor privétuinen en hobbypaarden. De veelzijdige vraag naar landbouwgrond deed de prijzen de afgelopen jaren de pan uitswingen. Voor boerinnen en boeren is het daardoor bijna onmogelijk om de weinige grond die nog vrijkomt te verwerven.

Op 17 april wordt wereldwijd actie gevoerd voor duurzame en sociaal rechtvaardige landbouw. Dit ter nagedachtenis van negentien boeren van de landloze boerenbeweging in Brazilië die op 17 april 1996 vermoord werden, in opdracht van grootgrondbezitters. Naar aanleiding van deze internationale actiedag wil Boerenforum de aandacht vestigen op het grondprobleem in België. «Het is opvallend dat, ondanks het feit dat het probleem gekend is, er in de beleidsvisie van landbouwminister Hilde Crevits zo weinig aandacht naar uitgaat. De enige concrete maatregel die naar voor wordt geschoven is een hervorming van de pachtwet. Een hervorming kan mogelijk een positieve impact hebben, maar het grondprobleem is veel complexer en moet ook op andere fronten worden aangepakt. Daarom blijven wij op dezelfde nagel kloppen, zodat het grondprobleem op een globale manier wordt aangepakt. Boerenforum werkte een visie rond grond uit (zie bijlage) die de complexiteit van het probleem belicht en eisen voor het beleid formuleert,» aldus Tijs Boelens.

Naast de inname van grond door andere sectoren en actoren, maken we ons ook zorgen over concurrentie binnen de landbouw. Zo neemt de productie van aardappelen voor export van frieten steeds meer grond in, aangestuurd door een snel groeiende aardappelindustrie. In Wallonië voeren de landbouworganisaties op zondag 18 april actie tegen de bouw van een nieuwe aardappelfabriek in Frameries. Indien de fabriek er komt, zal de vraag naar aardappelen enorm stijgen, met een hogere druk op grond tot gevolg. Naast onze eigen actie op zaterdag 17 april zullen we de Waalse collega’s dit weekend steunen in Frameries.

Ook in andere landen wordt dit weekend actie gevoerd. La Via Campesina, de grootste mondiale boerenbeweging, riep op om actie te voeren voor voedselsoevereiniteit en tegen het huidige destructieve industriële landbouw- en voedselsysteem dat honger, ongelijkheid, het verlies van biodiversiteit, uitputting van de bodem en de klimaatcrisis veroorzaakt.

In bijlage: Visienota over toegang tot grond van Boerenforum

Een actie van Boerenforum, i.s.m. FIAN België, Wervel en Climaxi. 

Ondersteund door Oxfam-België, Werkgroep Natuurlijk Imkeren, Voedselteams, De Hongerige Stad, Boer’nBuurthuis-De Creeser, Mouvement d’Action Paysanne, Solidagro, Landwijzer, Broederlijk Delen, Boeren en Buren, Oost-West Centrum, Linked.Farm, Bioforum, Greenpeace Belgium en European Coordination Via Campesina.

Caiphashoeve, koeien zijn mijn passie

Auteur Wim Moyaert (BoerenForum) en Kristel Cuvelier (FIAN België). Publicatiedatum 08/04/2021

Caiphashoeve

Copyright Teja De Prins

Veehouder Klaas en zijn vrouw Teja runnen samen de Caiphashoeve, een biologisch bedrijf met melkvee en granen in Leffinge. “Koeien zijn mijn passie” vertelt Klaas. “We vinden het belangrijk om een goed evenwicht te bewaren tussen onze koeien en onze beschikbare gronden zodat we de kringlopen kunnen sluiten.”

Klaas Devreese en zijn vrouw, Teja De Prins, maakten in 2016 de omschakeling naar biolandbouw. “In Nederland was er op dat moment een melkoverschot ontstaan omdat het melkquotum was afgeschaft. Daarom verkoos Friesland Campina om een deel van zijn Belgische boeren, waaronder wij, te bedanken voor bewezen diensten. We stelden ons toen de vraag of we eigenlijk nog melk moesten produceren voor export naar de andere kant van de wereld, terwijl we hier in een heel dure regio wonen qua grond en arbeid. Vandaag produceren we onze biologische melk hoofdzakelijk voor de Belgische markt, wat veel beter past in ons verhaal.” 
 

Smakelijk voer 

“We hebben goede poldergrond, ideaal om grasklaver te telen als voer voor onze koeien. Daardoor zijn we minder afhankelijk van krachtvoer dan de gangbare landbouw. We beschikken dankzij enkele samenwerkingen over ongeveer 90 hectare waar we ruwvoer op kweken, waaronder 29 hectare weiland waar de koeien en jongvee op grazen. We kweken ook nog voederbieten, een heel smakelijk product voor onze koeien. Verder voederen we ook de witloofwortel aan onze koeien, een restproduct van een lokale witloofboer.”

Ze proberen zoveel mogelijk voer zelf te produceren of regionaal aan te kopen, maar dat is niet altijd eenvoudig. “We kopen nog hooi, enkele biologische krachtvoeders (zoals maismeel en geplette gerst) en eiwitcorrectors (zoals soja- of zonnebloemschilfers) aan. Soja heeft een heel slechte reputatie, maar het is op zich wel een heel mooi en gezond product als dierenvoeder. Moeten we dan de soja schrappen en vervangen door bonen waar je dubbel zoveel van nodig hebt? Dat is een moeilijk vraagstuk. Wie weet, als er door selectie vroegere rassen kunnen ontstaan, dan kweken we hier over tien, twintig jaar misschien zelf onze soja.”

“Kringlopen sluiten begint bij een goed evenwicht tussen onze koeien en beschikbare gronden.”

Caiphashoeve, sfeerbeeld, Teja De Prins
Klaas probeert zoveel mogelijk voer voor zijn koeien zelf te produceren. Foto: Teja De Prins


Oergranen

Klaas produceert samen met zijn vader ook enkele hectares oude graansoorten. Dit jaar hebben ze Camp Rémy gezet, een oud ras wintertarwe. Eerder experimenteerden ze ook al met rogge, spelt, emmer en eenkoorn.“De granen kweken we op vraag van een lokale molenaar, de Artemeersmolen in Poeke, en enkele bakkers. Ik had er totaal geen ervaring mee, maar was er wel heel nieuwsgierig naar.” 

“Quinoa en amarant hebben we ook nog geprobeerd, maar dat was niet gelukt (lacht). De grond is zwaar en koud hier in de polders, dicht bij de zee. Tarwe valt wel heel goed te telen in de polders. Je hebt er ook stro van en mocht de kwaliteit van het graan tegenvallen om te bakken, dan kan ik het nog altijd gebruiken in het rantsoen van de koeien. Tarwe vormt ook de ideale vruchtwisseling met grasklaver in de teeltrotatie.”

Kringloop

“De kringloop sluiten, begint bij een juiste verhouding tussen het aantal koeien en de hoeveelheid grond,” legt Klaas uit. “Niet alleen voor het kweken van ruwvoer, maar ook voor de verwerking van de mest. Idealiter heb je ook voldoende grond voor wisselteelt, zoals tarwe. Beter composteren daar zie ik ook toekomst in. Op langere termijn is goed zorg dragen voor je bodem heel belangrijk.” 

“Het Mestactieplan houdt te weinig rekening met de biolandbouw en is te veel gericht op intensivering, waardoor we in een vicieuze cirkel terechtkomen. Mest injecteren is bijvoorbeeld heel schadelijk voor de bodem, maar het moet van de Mestbank. Langs de andere kant hebben we heel veel vraag naar biologische stalmest.” 

Voor de toekomst zou Klaas graag nog verder gaan met agro-ecologische principes. “We hebben een 100-tal  koeien en dat is meer dan genoeg. Als we nog uitbreiden, dan zal het eerder in de vorm van verbreding zijn: Wie weet kunnen we later kaas maken op onze boerderij of een lapje grond voor een pluktuin of CSA voorzien? Of misschien werken we wel samen met een groenteteler om onze teeltrotatie nog te verbeteren? We hebben al 400 meter aan heggen en een 50-tal hoogstamfruitbomen aangeplant, maar ook agroforestry wil ik graag verder uitbouwen.”

“Koeien zijn zeer nuttige dieren, die voor de mens onverteerbaar gras omzetten naar dierlijk eiwit, melk en vlees en die daarnaast ook mest leveren voor betere akkers. Dankzij begrazing blijven waardevolle graslanden behouden en kan koolstof opgeslagen worden in de bodem.”

Weinig ruimte om te innoveren 

“Er is weinig ruimte om te experimenteren en te innoveren, zeker voor jonge boeren,” vindt Klaas. Hij durft niet altijd risico’s te nemen, want uiteindelijk moet hij er ook over waken dat zijn bedrijf niet over kop gaat. 

In de huidige landbouwsubsidies, mist hij visie. “De kalverpremie, waartoe dient dat? Het sust de boeren, maar het zet niet aan tot innovatie. De subsidie rond vlinderbloemigen, daar zag hij wel veel in. “Het zet aan om gewassen te zetten die rijk zijn aan eiwitten, waardoor we minder eiwit moeten importeren.”


Koeienboertjes

Klaas is gepassioneerd door boerennatuur, maar wat met de klimaatimpact van het methaangas dat koeien, onder meer via boertjes, uitstoten? “Het is goed dat daar onderzoek naar gebeurt, maar langs de andere kant zijn koeien in de wei wel zeer nuttige dieren, die voor de mens onverteerbaar gras omzetten naar dierlijk eiwit, melk en vlees en die daarnaast ook mest leveren voor betere akkers. Dankzij begrazing blijven waardevolle graslanden behouden en kan koolstof opgeslagen worden in de bodem.”

 Mocht ik een nieuwe stal zetten, dan zou ik wel willen investeren in bijvoorbeeld het scheiden van de urine en de vaste mest, zoals vroeger, zodat er minder methaangas gevormd wordt. Maar wat gaan we anders doen? Alle koeien permanent op stal zetten, met filters erop? Zo wil ik geen boer zijn hoor!”
 

De reeks ‘Goed boeren’ is een samenwerking van Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel: Voedsel Anders vraagt dat kleinschalige en familiale boer.inn.en die agro-ecologische werkwijzen inzetten de steun krijgen die ze verdienen. Tot op de internationale Dag van de Boerenstrijd (17 april) zetten we wekelijks een van onze agro-ecologische helden in de kijker met zijn/haar verhaal. Lees meer over onze actie aan het beleid.

Diderik helpt het klimaat met een voedselbos

Auteur Karolien Burvenich (Wervel) Publicatiedatum 01/04/2021

Voedselbos de Woudezel, Diderik Clarebout

Copyright Teja De Prins

Diderik heeft een voedselbos in Houthulst, met eetbare planten en graslanden met schapen. Hij doet aan natuur-inclusieve landbouw, dat is véél meer dan enkel voedsel produceren. Het beleid mag meer erkenning geven aan pioniers: “Onze experimenten krijgen meer en meer gevolg, maar we moeten het ook zelf kunnen volhouden.”

In de open ruimte van het voedselbos De Woudezel in Houthulst grazen vijftien schapen met hun lammeren. Boer Diderik Clarebout boert er op zes hectares. De Woudezel herbergt naast de graslanden vooral stukjes voedselbos met eetbare planten, een moestuin, een plantenkwekerij voor voedselbossen en eetbare tuinen en een educatieve ruimte. Die veelzijdigheid reflecteert zijn visie op een boerderij. “We telen voedsel, maar we organiseren ook opleidingen over permacultuur en we geven rondleidingen zodat mensen connectie kunnen maken met het platteland.” Dankzij de kleinschaligheid kan Diderik inspelen op veranderende omstandigheden. 

“Wij zijn bondgenoten van het klimaat, houders van de biodiversiteit, we brengen de landbouw terug bij de mens. Onze experimenten krijgen meer en meer gevolg, maar we moeten het ook zelf kunnen volhouden.”


meer dan enkel voedsel produceren

Als boer hoedt Diderik niet alleen over zijn teelten, maar heet hij ook een ander soort bezoekers welkom: De kamsalamander kan zich thuis voelen in de poelen die Diderik gegraven heeft, een steenuil woont in het bos en allerlei dieren vinden onderkomen in de houtkant.

“Ik vraag me telkens af hoe ik natuur en landbouw kan verzoenen” vertelt Diderik. Inspiratie vindt hij in permacultuur. “De bessenstruiken dragen veel meer vruchten hier in de bosrand dan in een open veld. De bomen zorgen voor een goede waterhuishouding en hun schaduw beschermt de struiken tegen uitdroging.” 

De wetgeving is echter nog niet aangepast aan een kleinschalig bedrijfsmodel vol diversiteit. Je moet voor al je diverse activiteiten voldoen aan regelgeving die voorzien is op grootschalige gespecialiseerde bedrijven. “Vereenvoudig die regels en maak ze op maat van kleinschalige, diverse bedrijven”, vraagt de bosboer, met een duidelijke checklist van welke regels je moet volgen en welke ondersteuning je kan krijgen.” 

De overheid mag volgens Diderik ook meer erkenning geven aan pioniers. Wij zijn bondgenoten van het klimaat, houders van de biodiversiteit, we brengen de landbouw terug bij de mens. Onze experimenten krijgen meer en meer gevolg, maar we moeten het ook zelf kunnen volhouden.
 

De reeks ‘Goed boeren’ is een samenwerking van Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel: Voedsel Anders vraagt dat kleinschalige en familiale boer.inn.en die agro-ecologische werkwijzen inzetten de steun krijgen die ze verdienen. Tot op de internationale Dag van de Boerenstrijd (17 april) zetten we wekelijks een van onze agro-ecologische helden in de kijker met zijn/haar verhaal. Lees meer over onze actie aan het beleid.

CSA De Klepper, tussen ideaal en praktijk

Auteur Arthur Follebout (Wervel) Publicatiedatum 25/03/2021

CSA De Klepper een gemeenschap van mens, plant en dier

Copyright Quentin Mailet Inleiding

Sigrid en Dave, de bezielers van CSA De Klepper, zijn overtuigd: “We boeren best op een agro-ecologische manier”. Maar tussen ideaal en praktijk staan praktische bezwaren in de weg.

Zeven jaar geleden was De Klepper in Wolvertem nog een van de eerste zelfoogstboerderijen in de rand rond Brussel, maar intussen zit ‘Community Supported/Shared Agriculture’ in de lift.  Samen met haar partner Dave teelt en kweekt Sigrid Van der Auwera biologisch voedsel voor de gemeenschap rondom de boerderij. De leden leren milieuverantwoord te eten: “Ze eten in de maat van de seizoenen en kijken niet verbaasd van een kromme komkommer.” 

Sinds 2014 is De Klepper gegroeid van 0,5 hectare met groenten voor 40 gezinnen tot 3,5 hectare met groenten, fruit voor een 140-tal gezinnen. “Dat is ongeveer het maximum aantal leden,” zegt Sigrid, “anders kan ik geen band onderhouden met iedereen.” Daarom zocht De Klepper steeds naar een ruimer aanbod voor hun bestaande leden, zo creëren ze meer verbinding en dat is juist het opzet van CSA. Maar het is ook een diversifiëring van de inkomsten.
 

Naast groenteteelt zijn er boomgaarden en fruitstruiken bijgekomen en er lopen al kippen en een paar schapen rond. Vanaf 2022 komt er nog extra grond bij, waar ze vooral meer dieren zullen kweken en bomen aanplanten. Die bomen brengen schaduw voor onze schapen en hun wortels zorgen voor het bodemleven. De mest van de dieren gebruiken we bij onze teelten. Zo wordt de boerderij niet alleen gemeenschap van mensen, maar ook een ecologische gemeenschap van dieren en planten die met elkaar interageren, met de bodem als sluitstuk van een gezonde boerderij. 

Als boer is je werk nooit klaar.
Dat zorgt ervoor dat we minder tijd overblijft om te experimenteren.

Sigrid zou dit graag nog verder gaan met agro-ecologische principes, maar de werkdruk is al erg groot. Als boer is je werk immers nooit klaar. Dat zorgt ervoor dat we minder tijd overblijft om verder te studeren of om te experimenteren.

Sigrid voelt al heel wat waardering voor het CSA-concept als alternatief voor de lange keten in de samenleving, maar net zoals bij de meeste relevante beroepen krijgen agro-ecologische boer.inn.en weinig financiële erkenning. Of de overheid extra zou moeten tussenkomen met subsidies weet Sigrid niet.  “Eigenlijk is het toch vreemd dat we de echte waarde van ons eten niet moeten betalen”. De financiële steun naar industriële landbouw zou in de eerste plaats moeten verminderen.
 

Daarnaast zou het landbouwbeleid ook aandacht moeten hebben voor agro-ecologisch onderzoek en vorming vindt Sigrid. “Zo zouden boeren echt ondersteund worden in hun zoektocht naar beter boeren.”

De reeks ‘Goed boeren’ is een samenwerking van Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel: Voedsel Anders vraagt dat kleinschalige en familiale boer.inn.en die agro-ecologische werkwijzen inzetten de steun krijgen die ze verdienen. Tot op de internationale Dag van de Boerenstrijd (17 april) zetten we wekelijks een van onze agro-ecologische helden in de kijker met zijn/haar verhaal. Lees meer over onze actie aan het beleid.

Mattes: Grondgebonden varkens, eerlijk vlees

Auteur Luc Vankrunkelsven (Wervel) Publicatiedatum 18/03/2021

grondgenbonden varkens lokaal gevoederd

Copyright Quentin Mailet Inleiding

Terwijl de grondloze varkenssector weer in grote crisis verkeert, gaat familie Martens zijn eigen weg, verbonden met de eigen grond. Vader Gaston Martens legde stevige fundamenten en nu draaien drie van de vijf zonen, Wouter, Ruben en Robrecht, mee in het bedrijf.
 

De Martenshoeve is een varkensboerderij, gecombineerd met akkerbouw. Ze verzorgen er  80 zeugen en hun nakomelingen; in totaal tussen de 800 en 1000 varkens. Ruben: “Het voeder wordt voornamelijk op de eigen akkers geteeld: maïs, gerst en tarwe. Om voldoende eiwit te hebben, wordt ongeveer 15 % overzees sojameel bij gevoederd. Het leeuwendeel van de voeders komt van de eigen 50 hectare; 35 hectare in eigendom, 15 ha in pacht.” Het bedrijf mengt dagelijks zelf de voeders en de mest wordt op de gronden uitgereden.

We hopen dat de wetgeving verandert.
Als we op eigen bedrijf kunnen slachten,
ervaren de dieren minder stress.

Zes jaar geleden startte de familie met een eigen hoeveslagerij, ‘Mattes’. Wouter: “Dat is niet evident, want het slachten in België is nu op industriële schaal georganiseerd. Er moet twee keer per week over en weer naar het Geelse slachthuis gereden worden, wat heel wat stress en ongemak voor de dieren meebrengt. Wekelijks worden zo 15 à 20 varkens geslacht. Een droom is dat de wetgeving verandert, zodat er op het eigen bedrijf kan geslacht worden. Dat betekent minder stress voor de dieren en minder voedselkilometers.”
 

Die beperking van voedselkilometers is de familie erg dierbaar. Daarom hebben ze nu twee winkels dichtbij de klant: op de hoeve in Alken en in Hasselt. Binnenkort starten ze met een derde winkel in Sint-Truiden. Eén van de zonen staat ook tweemaal per week op de markt in Hasselt en één keer per week in Herk-de-Stad. Ondertussen is het de grootste hoeveslagerij van Limburg. Naast de drie zonen die het bedrijf verder uitbouwen zijn er ondertussen ook een tiental personeelsleden.

De reeks ‘Goed boeren’ is een samenwerking van Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel: Voedsel Anders vraagt dat kleinschalige en familiale boer.inn.en die agro-ecologische werkwijzen inzetten de steun krijgen die ze verdienen. Tot op de internationale Dag van de Boerenstrijd (17 april) zetten we wekelijks een van onze agro-ecologische helden in de kijker met zijn/haar verhaal. Lees meer over onze actie aan het beleid.

Familie Van Haesendonck, lokaal voedsel met een goed verhaal

Auteur Wim Moyaert (BoerenForum) en Kristel Cuvelier (FIAN België) Publicatiedatum 11/03/2021

familieboerderij Van Haesendonck

Copyright Van Haesendonck Inleiding

Van Haesendonck in Zemst is een echt familiebedrijf: vier broers en hun zus werken er samen op de boerderij. Hun hoevewinkel biedt een oplossing voor het opnieuw verbinden van burgers en boeren. Als kleinschalige boeren voelen ze zich niet echt ondersteund door het beleid. “Subsidies gaan vooral naar de grote industriële bedrijven, niet naar de producenten van kwalitatief voedsel of naar écht respect voor de natuur.”

Bij Van Haesendonck in Zemst kun je terecht voor authentiek Brabants grondwitloof. Die seizoensteelt vult de familie aan met aardbeien, uien, vlees en aardappelen. In hun hoevewinkel kun je daarnaast ook andere groenten en fruit uit de streek kopen. Het is een echt familiebedrijf, gerund door vier broers, Wim, Koen, Benny en Johan, en hun zus Lieve, nog bijgestaan door hun moeder. “Zo’n familiaal bedrijf wordt gesmaakt,” vertelt Koen. “Mensen komen met hun kinderen en willen graag de koeien zien. Ze willen bewust omgaan met wat ze eten en dat meegeven aan hun kinderen.”

In de aardappelloods ruikt het naar munt. “Sinds het verbod op de kiemremmer chloorprofam (CIPC), proberen we het scheuten met muntolie tegen te gaan,” legt Koen uit. “Maar CIPC is niet verboden in de VS en die bewerkte Amerikaanse aardappelen worden nog steeds ingevoerd. Aan ons mag je vragen om duurzaam te zijn, maar geef ons dan een goede prijs en hou rommel buiten de grenzen.

We sluiten zoveel mogelijk onze kringlopen. De overschotten van het witloof dienen als voedsel voor onze koeien en de natste stukken van ons bedrijf doen dienst als grasland. Economen mogen wijzen op de macht van het getal, maar de natuur heeft nu eenmaal haar grenzen. En het is niet omdat je steeds meer koeien hebt, dat je rendement steeds verhoogt. Dit kleinschalige model is het enige dat werkt voor ons.”

Koen betreurt het dat niet meer mensen volgens de seizoenen eten. “Door de keuzes die je maakt als consument kan je zelf een bescheiden bijdrage leveren aan hoe het anders kan. De ultieme wens van een boer is om onze passie door te geven aan de volgende generaties, maar dan dragen we best beter zorg voor ons klimaat!”

“Dit kleinschalige familiale model werkt het beste voor ons. We respecteren de grenzen die de natuur ons oplegt.”

Het GLB werkt niet voor ons

Over het nieuwe Europese landbouwbeleid (GLB) is Koen niet te spreken: “Voeding is een fundamenteel recht, niet louter een handelswaar. Winkeliers, verwerkers, iemand die voeding verpakt of winkels belevert…zorgen nog voor meerwaarde, maar alleen maar goederen over de hele wereld slepen, dat creëert toch geen meerwaarde!” 

“De subsidies gaan vooral naar de grote industriële bedrijven,” beaamt zijn broer Johan. “Niet naar de producenten van kwalitatief voedsel of naar écht respect voor de natuur. Grote winkelketens en aardappelgiganten, zoals Clarebout, kopen overal grond op. Op den duur kunnen wij boeren geen grond meer vinden en worden we verplicht om te werken als arbeiders in grote landbouwfabrieken.” Ook zus Lieve vertelt hoe moeilijk het wordt voor kleine boeren. “Als wij naar de bank willen voor een kleinschalige investering, dan krijgen we die niet. Ook het vele papierwerk vormt een obstakel. Hierin zou de overheid ons veel meer kunnen ondersteunen.” 

Het antwoord is volgens Johan eenvoudig: “Dat men ons gewoon betaalt voor kwaliteit!” Maar boeren hebben weinig onderhandelingsruimte over de prijzen. “Wij boeren zitten als konijnen voor een lichtbak,” vult Koen aan. “Wij willen ons werk goed doen, maar de politici moeten dat ook doen, namelijk een beleidskader scheppen waarbinnen wij ons beroep kunnen blijven uitoefenen.”

De subsidies gaan vooral naar de grote industriële bedrijven. Niet naar de producenten van kwalitatief voedsel of naar écht respect voor de natuur. 

Korte keten

Hun hoevewinkel biedt een oplossing door het herverbinden van burgers en boeren. Koen ziet ook veel voordelen in de rechtstreekse samenwerking met andere boeren. “Je bent zeker dat je altijd dezelfde kwaliteit krijgt en je kunt met elkaar praten, als er overproductie is, zoek je samen een oplossing.” 

Lieve vindt het vooral fijn om waardering te krijgen voor hun producten. “Dankzij de rechtstreekse verkoop kunnen wij content zijn, als onze klanten content zijn.” Gevraagd naar de avocado’s in de hoevewinkel, legt Koen uit dat deze geleverd worden via hun partner in Spanje, een historicus die daar door corona strandde en er verliefd werd. “Het is niet altijd gemakkelijk om duurzaam te handelen. Zo raken mandarijnen die niet gewaxt zijn moeilijk verkocht, omdat ze minder glanzen. Winkeliers proberen dit op te lossen door ze meer te belichten in de winkel, maar het is vooral onze houding rond voeding en de hoge esthetische eisen die we stellen die moeten veranderen,” legt Koen uit. “Wij hopen dat we onze klanten blij kunnen maken met appelsienen met een echt verhaal erachter. Niet alleen een goed product, maar ook een goed verhaal van hoe de productie verliep. Zodat de mensen met een goed gedacht in hun bed kunnen kruipen.”
 

De reeks ‘Goed boeren’ is een samenwerking van Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel: Voedsel Anders vraagt dat kleinschalige en familiale boer.inn.en die agro-ecologische werkwijzen inzetten de steun krijgen die ze verdienen. Tot op de internationale Dag van de Boerenstrijd (17 april) zetten we wekelijks een van onze agro-ecologische helden in de kijker met zijn/haar verhaal. Lees meer over onze actie aan het beleid.

Bloementeler Rosette waakt over een gezonde omgeving

04/03/2021

Bloementeler Rosette waakt over een gezonde omgeving

Copyright Veldkleur

Rosette Hendrix teelt biologische bloemen op het ritme van de seizoenen bij Veldkleur in Rummen. Naast de teelt op haar eigen bedrijf opent ze in april 2021 ook een bloemenveld op de site van het ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL) in Genk. Zo is Rosette een bondgenote voor een gezonde samenleving.
 

Patiënten zullen er in een bloemenlandschap opnieuw leren stappen en jongeren van een psychiatrische afdeling zullen er rust vinden. De weide die Rosette zal beheren geeft letterlijk kleur en geur aan het leven van mensen in een moeilijke periode. Rosette is zichtbaar blij dat ze hier aan kan bijdragen: “Partners zoals het ziekenhuis, een lokale hogeschool en het Agentschap voor Natuur en Bos zien in dat een natuurlijke omgeving echt kan bijdragen aan het welzijn en het genezingsproces van patiënten of dat het rust kan bieden aan hun studenten.”  Dit toont dat het beleid kan kiezen om de kokervisie te verlaten en samenwerkingen te faciliteren tussen landbouw, zorg en natuur. Boeren zijn hierbij een geschikte partner. 

“Dankzij onze bloemenweide zullen patiënten van het ziekenhuis moed vinden”

Harmonisch samenspel

Rosette waakt over het welzijn van de bloemen op haar bedrijf Veldkleur. “Ik begeleid m’n planten, bescherm hen tegen de kou en haal het onkruid weg. Ik zorg voor de optimale omstandigheden om te groeien, maar het liefst laat ik de natuur zijn eigen gang gaan. Samen met Bernd, met wie ik een veld deel, werken we ook aan een betere bodem.” Ze gebruiken hiervoor een mengeling van dierlijke mest en verrijken hun compost met groene en bruine materialen. 

Bernd teelt voornamelijk groenten met zijn CSA-bedrijf Bio bij Bernd. Het harmonisch samenspel tussen bloemen en groenten maakt hun land heel divers. “We dagen elkaar uit om het beste van onszelf te geven. We delen machines en kennis en gaan samen voor het biodynamische keurlabel. Maar we hebben ook elk onze eigen projecten zoals bijvoorbeeld mijn samenwerking met het ziekenhuis.”
 

Droge zomers

De toegang tot grond blijkt ook voor Rosette een struikelblok zijn. Er is concurrentie op de open ruimte: paardeneigenaars en natuurverenigingen hebben meer middelen dan individuele boeren. Rosette mist erkenning van het beleid. “Er moet toch voldoende ruimte zijn in Vlaanderen voor de landbouw om voedsel en bloemen te telen op een duurzame manier?” Misschien kan de overheid vastleggen hoeveel grond agrarisch moet blijven? 

Ook de droge zomers bezorgen de bloementeelster slapeloze nachten. “De gemeente wil in de straat een nieuwe riolering leggen met extra bemaling, maar zal dat betekenen dat er nog minder grondwater zou zijn voor ons? Daarom bekijken we nu met de gemeente of onze toekomstige waterbassin gekoppeld kan worden aan de bemaling. Probleemoplossend samenwerken tussen overheid en boeren vindt Rosette belangrijker dan extra subsidies.  Het beleid moet op een holistische manier beginnen kijken concludeert de boerin. 
 

De reeks ‘Goed boeren’ is een samenwerking van Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel: Voedsel Anders vraagt dat kleinschalige en familiale boer.inn.en die agro-ecologische werkwijzen inzetten de steun krijgen die ze verdienen. Tot op de internationale Dag van de Boerenstrijd (17 april) zetten we wekelijks een van onze agro-ecologische helden in de kijker met zijn/haar verhaal. Lees meer over onze actie aan het beleid.

Tags BijenBeleidBiodiversiteitBoerLokaalToegang tot grond

‘T FRUITRATJE, BOOMGAARDEN VOOR VELE VOLGENDE GENERATIES

PUBLICATIEDATUM24/02/2021

Johan Van Oekelen voor De Landgenoten

Bram heeft een hoogstamboomgaard in Bierbeek, met enkele bomen van wel 80 jaar. Vandaag versterkt Bram het kleinschalig boerenlandschap. Zo zorgt hij voor meer biodiversiteit en maakt hij de connectie met de natuur. Dat vraagt een serieus engagement dat ook het landbouwbeleid zou moeten hebben. 

Bram Steeno heeft op de biologische hoogstamfruitboomgaarden van ’t Fruitratje veteranen staan: knoerten van bomen die jaarlijks tot wel 800 kg appels kunnen geven. Sommigen zijn net na de Tweede Wereldoorlog geplant door de grootvader van Bram. Met hun grote productie zijn het erg rendabele bomen, maar ze zorgen ook voor een mooi en biodivers landschap.

Hoogstamfruitboomgaarden zijn er voor vele volgende generaties. “Appelrassen zoals de Court-Pendu Rosat en Reinette de France behoren tot mijn favorieten” vertelt Bram. “ Ze hebben een complexe smaak die je nog maar weinig in de supermarkt terugvindt. Met het hoogstamfruit strijden we immers ook een beetje tegen de smaakvervlakking van de dominante landbouwrassen.” 

Het merendeel van Bram’s fruit wordt verwerkt tot sap en stroop: appels; pruimen, kersen, krieken, walnoten, kweeperen en ook wat perziken en abrikozen. Maar er is ook walnotenolie en vers fruit is te verkrijgen. Je kan de producten terug vinden via verscheidene Voedselteams, hoevewinkels, kleinschalige coöperatieve of duurzame buurtwinkels of rechtstreeks bij Bram zelf.

“Hoogstamfruitboomgaarden zijn er voor vele volgende generaties. Appelrassen zoals de Court-Pendu Rosat en Reinette de France behoren tot mijn favorieten.”


BEHOUD VAN HET BOERENLANDSCHAP

Zijn passie voor bomen, een mooi landschap en de bredere biodiversiteit komen samen in de keuze voor biologische hoogstamboomgaarden. Bram levert een werkelijke bijdrage aan het behoud en herstel van het kleinschalig boerenlandschap. Hij heeft afgelopen jaren meer dan een kilometer aan hagen aangeplant en 3 poelen gegraven. Dat zorgt voor meer biodiversiteit, meer variatie in gewassen en een rijk insectenleven helpt ook bij de natuurlijke bestrijding van ziektes en plagen. Maar dit landschapswerk vraagt wel een groot engagement met veel vrijwillige werkuren en een hoop papierwerk.

Een nieuw landbouwbeleid zou volgens Bram meer aandacht moeten besteden aan boeren die het anders willen doen dan de mantra van groter en sneller voorschrijft. Door samen te werken met collega’s en consumenten, door voedsel te produceren voor de eigen regio op een ecologische wijze geven we opnieuw ruimte voor het leven, in de bodem, op het land en in de lucht. 

Het landbouwbeleid van de laatste 50 jaar lijkt de landbouw van al zijn relaties te willen ontdoen: tussen eter en teler, landbouw en natuur. Toch spreekt de aarde ons hierover aan. Tijd voor een ander antwoord. Hoe kunnen we samenleven met alles onder, op en boven de grond?
 

De reeks ‘Goed boeren’ is een samenwerking van Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel: Voedsel Anders vraagt dat kleinschalige en familiale boer.inn.en die agro-ecologische werkwijzen inzetten de steun krijgen die ze verdienen. Tot op de internationale Dag van de Boerenstrijd (17 april) zetten we wekelijks een van onze agro-ecologische helden in de kijker met zijn/haar verhaal. Lees meer over de actie aan het beleid van VoedselAnders.

BRON: ’t Fruitratje, boomgaarden voor vele volgende generaties | Voedsel Anders (voedsel-anders.be)

Geef agro-ecologische boeren de steun die ze verdienen

’t Fruitratje, boomgaarden voor vele volgende generaties

Artikel doelgroep Publicatiedatum 24/02/2021 Afbeelding Afbeelding

Bram Steeno van 't Fruitratje

Copyright Johan Van Oekelen voor De Landgenoten Inleiding

Bram heeft een hoogstamboomgaard in Bierbeek, met enkele bomen van wel 80 jaar. Vandaag versterkt Bram het kleinschalig boerenlandschap. Zo zorgt hij voor meer biodiversiteit en maakt hij de connectie met de natuur. Dat vraagt een serieus engagement dat ook het landbouwbeleid zou moeten hebben. 

Bram Steeno heeft op de biologische hoogstamfruitboomgaarden van ’t Fruitratje veteranen staan: knoerten van bomen die jaarlijks tot wel 800 kg appels kunnen geven. Sommigen zijn net na de Tweede Wereldoorlog geplant door de grootvader van Bram. Met hun grote productie zijn het erg rendabele bomen, maar ze zorgen ook voor een mooi en biodivers landschap.

Hoogstamfruitboomgaarden zijn er voor vele volgende generaties. “Appelrassen zoals de Court-Pendu Rosat en Reinette de France behoren tot mijn favorieten” vertelt Bram. “ Ze hebben een complexe smaak die je nog maar weinig in de supermarkt terugvindt. Met het hoogstamfruit strijden we immers ook een beetje tegen de smaakvervlakking van de dominante landbouwrassen.” 

Het merendeel van Bram’s fruit wordt verwerkt tot sap en stroop: appels; pruimen, kersen, krieken, walnoten, kweeperen en ook wat perziken en abrikozen. Maar er is ook walnotenolie en vers fruit is te verkrijgen. Je kan de producten terug vinden via verscheidene Voedselteams, hoevewinkels, kleinschalige coöperatieve of duurzame buurtwinkels of rechtstreeks bij Bram zelf.

“Hoogstamfruitboomgaarden zijn er voor vele volgende generaties. Appelrassen zoals de Court-Pendu Rosat en Reinette de France behoren tot mijn favorieten.”


Behoud van het boerenlandschap

Zijn passie voor bomen, een mooi landschap en de bredere biodiversiteit komen samen in de keuze voor biologische hoogstamboomgaarden. Bram levert een werkelijke bijdrage aan het behoud en herstel van het kleinschalig boerenlandschap. Hij heeft afgelopen jaren meer dan een kilometer aan hagen aangeplant en 3 poelen gegraven. Dat zorgt voor meer biodiversiteit, meer variatie in gewassen en een rijk insectenleven helpt ook bij de natuurlijke bestrijding van ziektes en plagen. Maar dit landschapswerk vraagt wel een groot engagement met veel vrijwillige werkuren en een hoop papierwerk.

Een nieuw landbouwbeleid zou volgens Bram meer aandacht moeten besteden aan boeren die het anders willen doen dan de mantra van groter en sneller voorschrijft. Door samen te werken met collega’s en consumenten, door voedsel te produceren voor de eigen regio op een ecologische wijze geven we opnieuw ruimte voor het leven, in de bodem, op het land en in de lucht. 

Het landbouwbeleid van de laatste 50 jaar lijkt de landbouw van al zijn relaties te willen ontdoen: tussen eter en teler, landbouw en natuur. Toch spreekt de aarde ons hierover aan. Tijd voor een ander antwoord. Hoe kunnen we samenleven met alles onder, op en boven de grond?
 

De reeks ‘Goed boeren’ is een samenwerking van Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel: Voedsel Anders vraagt dat kleinschalige en familiale boer.inn.en die agro-ecologische werkwijzen inzetten de steun krijgen die ze verdienen. Tot op de internationale Dag van de Boerenstrijd (17 april) zetten we wekelijks een van onze agro-ecologische helden in de kijker met zijn/haar verhaal. Lees meer over onze actie aan het beleid.