Klimaatverandering vraagt om duurzame landbouw

We hebben nood aan een veerkrachtig landbouwmodel dat bestand is tegen de grillen van het klimaat. Tijs Boelens somt de ingrediënten van zo’n model op.

Boer bij De Groentelaar en kernlid van Boerenforum, een organisatie voor agro-ecologie en eerlijke landbouw.

We mochten vaststellen dat het landbouwrampenfonds leeg is (DS 11 maart). Het duurde nog geen drie jaar voor het was leeggepompt, angstwekkend snel als je weet dat de klimaatverandering nog maar pas begonnen is. Het politieke gehakketak over het rampenfonds laat mij koud. Wat mij niet zint, is dat er geen snelle reactie komt op de klimaatsverandering. Er wordt niet nagedacht over hoe we onze landbouw klaarstomen voor het weer van morgen.

Als we de geschiedenisboeken erop naslaan, leren we dat elke cultuur ten onder ging wanneer haar landbouwmodel faalde. De burgeroorlogen of invasies die het einde van verschillende beschavingen tekenden, waren eerder een gevolg van de honger dan de oorzaak ervan. Aan de basis lag vrijwel altijd dat de landbouw ‘te goed werd’ en dat de grenzen van het ecosysteem iets te lang werden overschreden.

Maar ‘te goed’ worden lijkt niet de eerste bekommernis van de Europese landbouw. De voorbije decennia moesten de Europese boerenbedrijven vooral voldoen aan het motto ‘groter, sneller en meer’. En Vlaanderen hoort nog steeds bij de beste leerlingen van de klas. De stallen voor 140 melkkoeien waren nog niet afbetaald of we kregen al te horen dat 300 het nieuwe doel is. Vijftig jaar na de aanvang van de Mansholt-doctrine – zo veel mogelijk efficiënt produceren voor zo weinig mogelijk geld – kijken we met z’n allen uit over een leeg boerenlandschap. Geen hagen meer, geen hoogstamboomgaarden, lagere waterstanden dan ooit tevoren en een steeds acuter tekort aan boeren. En dat terwijl we nood hebben aan een veerkrachtig landbouwmodel, eentje dat om kan met de grillen van het klimaat.

Geen nood aan topsportkoe

De stallen voor 140 melkkoeien waren nog niet afbetaald of we kregen al te horen dat 300 het nieuwe doel is

Wat zijn de ingrediënten van zo’n landbouwmodel?

1. Robuuste rassen gaan samen met robuuste bedrijven. We hebben geen topsportkoe nodig die 10.000 liter melk per jaar produceert, we hebben nood aan een koe die ‘altijd’ 5.000 liter produceert. De pieken die de moderne melkkoeien halen zijn alleen mogelijk met een uitgekiend voederrantsoen, maar één droog jaar of één slecht Braziliaans sojaseizoen en die koe stort in. Letterlijk. Dat verhaal van robuuste rassen gaat ook op voor appelen, graan, groenten en aardappelen. Het is leuk als een gewas veel opbrengt, maar de vraag is of die productie haalbaar is binnen de grenzen van ons ecosysteem.

2. Diversiteit in het landbouw­landschap is een garantie op succesvol boeren. Haagkanten beschermen je tegen winderosie en uitdroging, maar ook diversificatie in de teelten is nodig. Als het binnen één gemengd bedrijf niet meer mogelijk is om in te staan voor plantaardige en dierlijke productie, voor fruit en voor groenten, voor de productie van graan en brandhout, dan moet je binnen een regio samenwerken met andere bedrijven. Een tegenvaller in de ene teelt genereert kansen in de andere.

3. Sterke ketens tussen de bedrijven zijn een noodzaak, maar ook met de afnemers moet je solidair zijn. Het mooiste voorbeeld daarvan is de community supported agriculture (CSA). Toen we met het Boerenforum vorig jaar navraag deden naar de nood aan steun uit het rampenfonds was de reactie van een van de CSA-boeren: ‘Ik heb mijn groep CSA-leden, wij lossen dat samen op.’ Dat toont aan dat basissolidariteit mogelijk is en dat ze haar vruchten afwerpt. En dat met name in de korte keten.

4. Een veerkrachtig landbouwmodel stopt de bodem vol humus. Weg met de kunstmest en die pesticiden, voer de organische mest maar aan. Wat je eigenlijk als boer wil doen, is koolstof ín de bodem steken, zodat die als een spons het water vasthoudt. De internationale boerenorganisatie La Via Campesina zegt niet voor niets dat duurzame boeren de planeet afkoelen. Als je de landbouw door een duurzame bril bekijkt, wordt hij een antwoord op het klimaatprobleem. Het is tekenend voor onze samenleving dat landbouw nu wordt gezien als een probleem.

Waarom ontbreekt het in onze samenleving aan daadkracht om meer duurzame boerderijen op te richten? Dat ligt aan de economie en aan de subsidies. Vlaanderen moet werken aan een voedselstrategie waarbij voedselzekerheid primeert. Het belang van internationale handel is daaraan ondergeschikt. Voedsel vormt niet voor niets de basisbehoefte van de piramide van Maslow, samen met schone lucht en zuiver water.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190311_04246356

Boer moet risico’s extreem weer zelf dragen

De klimaatverandering veroorzaakt te vaak extreem weer. Daarom wordt het landbouwrampenfonds afgeschaft en moeten landbouwers zichzelf verzekeren. Maar de verzekeringssector ziet dat niet zitten.

brusselDe droogte van afgelopen zomer werd erkend als natuurramp, net als de overvloedige regenval eind mei 2016. De landbouwers die hun oogst verloren zagen gaan, konden daarvoor een schadevergoeding vragen aan het landbouwrampenfonds. Maar het zal misschien wel de laatste keer zijn geweest. Want de Vlaamse regering besliste dat het fonds eind dit jaar ophoudt te bestaan. Boeren moeten zich dan privé verzekeren tegen extreme weersomstandigheden.

Via het Vlaams Parlement wil men nu met spoed een voorstel van decreet goedkeuren om die brede weersverzekering mogelijk te maken. De stemming moest voor de krokusvakantie plaatsvinden, maar de oppositie vroeg een tweede lezing. Woensdag wordt het decreet opnieuw besproken. ‘Er is totaal geen duidelijkheid over hoe het nieuwe systeem in de praktijk zal werken: noch over de hoogte van de premies, noch over de voorwaarden en criteria waaraan de vergoedingen moeten voldoen’, zegt Bart Caron, Vlaams Parlementslid voor Groen. ‘In plaats van een solidair systeem privatiseert men zo de klimaatrisico’s voor de boeren.’

Die private weersverzekering bestaat al vijf jaar in Nederland, in Frankrijk zelfs iets langer. Maar slechts 10 tot 15 procent van de boeren is erbij aangesloten. Nochtans is de Boerenbond niet tegen die privatisering. ‘De weersomstandigheden zijn zoveel extremer geworden dat het te vaak voorkwam dat het rampenfonds tussenbeide moest komen’, zegt woordvoerder Vanessa Saenen. ‘Wij zijn niet tegen een private verzekering, maar we wilden wel dat er een langere overgangsperiode zou komen, zodat de verzekeraars zich behoorlijk konden voorbereiden. Als het decreet niet snel wordt goedgekeurd, hebben we straks geen rampenfonds én geen weersverzekering.’

Twaalf jaar

Maar de verzekeringssector staat niet te springen om een weersverzekering aan te bieden aan de landbouwers. ‘Zo’n oogstverzekering is niet populair, omdat we er geen ervaring mee hebben’, zegt Wauthier Robyns van Assuralia. ‘Wat is een goed of een slecht seizoen? Hoe stel je schade vast? Is er een verschil tussen een weerramp in het begin van het groeiproces en op het einde? Verzekeraars zijn beducht voor een te sterke correlatie, namelijk te veel verzekerden die tegelijk schade hebben.’

Hendrik Vandamme van het Algemeen Boerensyndicaat heeft weinig begrip voor de houding van Assuralia. ‘Wij zijn niet bepaald blij met de afschaffing van het rampenfonds, maar dit dossier ligt al twaalf jaar op tafel en Assuralia heeft al die jaren nagelaten om iets uit te werken. Daarom hebben we contact opgenomen met buitenlandse verzekeraars, met de vraag om hier hun product op de markt te brengen. Er is interesse uit Duitsland, misschien ook uit Nederland.’

Maar kunnen boeren, die het vaak al niet breed hebben, zo’n verzekering betalen? De overheid zal de verzekering gedeeltelijk en voor een aantal jaren subsidiëren. Europa laat dat toe, tot 70 procent van de premie. ‘Dan moet dat haalbaar zijn’, zegt Vandamme. ‘Maar de premie hangt natuurlijk ook af van hoeveel procent risico een boer zelf wil nemen.’

De tijd dringt, want binnen vier weken gaat het parlement in reces.

Tijs Boelens van Boerenforum, een alternatieve boerenorganisatie, heeft nog een bedenking: het hele beleid met zijn subsidiepolitiek stuwt de landbouwer naar maximale productie. Maar er wordt niet nagedacht hoe we gaan produceren bij extreme droogte, natheid en een onregelmatig klimaat. Wij experimenteren om ons voedselproductiesysteem veerkrachtiger te maken, maar vanuit de overheid komt daarvoor weinig steun.’

Van de standaardredactrice Inge Ghijs 11/03/2019

 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190310_04243921

Opiniestuk met betrekking tot landbouwrampenfonds

Geachte burger,

Het landbouwrampenfonds is leeg. Morgen – 26 februari 2019 – debatteert uw parlement over de privatisering van de terugbetaling van natuurrampen voor landbouwers (m/v). Ze doet dat simpelweg omdat het landbouwrampenfonds na de droogteschade van vorig jaar op is.

Jaja, u leest het goed, in tijden van potentiele klimaatchaos zal de private sector morgen uw boeren ondersteunen in de zware taak om te overleven en financieel gezond te blijven. In de wandelgangen hoorden we reeds dat de private sector zelf niet staat te springen om boeren in de 21ste Eeuw te beschermen tegen klimatologische problemen. Misschien is dat een teken aan de wand dat het voor de landbouwsector zelf enorm belangrijk is dat onze overheid werk maakt van een sluitend klimaatvriendelijk beleid.

Maar er is meer. Het landbouwrampenfonds heeft talloze boeren (m/v) geholpen. Elke ramp – van stormschade tot modderstromen, van droogte tot vorst – heeft haar reserves uitgeput en niemand heeft daar verandering in gebracht. Boeren kregen steun zolang de voorraad strekte en die steun werd gegeven zonder na te denken waar het heen moest met het fonds… en met de landbouwsector zelf.

Boeren die klimaatvriendelijker werkten – door productie voor de lokale markt, door agroforestry, door de opbouw van humus in hun bodem – kregen geen ‘bonuspunten’. En boerinnen die pionierden in klimaatadaptieve landbouwtechnieken – gebruik van regenwater, werken met robuuste rassen die klimaatextremen beter aankunnen of snel nieuwe teelten opzetten in een kleinschaligere boerderijsetting – werden niet steevast gesteund door het beleid. Meer zelfs, door hun atypische bedrijfsvoering was het voor velen onder hen niet vanzelfsprekend om de formulieren voor het rampenfonds in te vullen. Dat bleek ook bij een bevraging die het Boerenforum deed bij haar achterban – van de beperkte groep die de enquête invulde bleek dat meer dan 75% de officiële schadedossiers niet indienden, terwijl meer dan 90% aangaf dat er schade was. De redenen ervoor waren de complexiteit van teeltplannen, de geringe steun tegenover de hoge omzet per hectare in een kleinschaliger landbouwbedrijf, de directe ondersteuning van de klanten tot zelfs een regelrecht ongeloof dat ze dergelijke steun zouden krijgen.

Dit werpt twee vragen op:

1. hebben de dames en heren politici vandaag in het parlement rekening gehouden met de ‘andere’ landbouwbedrijven? Met de bedrijven die niet gaan voor groter, harder en meer, maar voor kwalitatiever, socialer en milieuvriendelijker. Wij hebben met het Boerenforum alvast 20 boeren gevonden die aangeven dat ze hun ‘atypische’ schadedossiers wel willen opstellen, maar dan wel op een manier die ze passend vinden voor hun bedrijfsrealiteit. Misschien is dat meteen een kans voor een gedegen onderzoek en voor aanbevelingen vanuit een objectieve onderzoeksinstelling.

2. Heeft de politiek in haar totaliteit al begrepen dat er werk moet worden gemaakt van een voedselstrategie? Neen, beste fans van de haven van Antwerpen, ik bedoel niet een exportstrategie, ik bedoel een voedselstrategie. Een voedselstrategie is het titanenwerk waarbij elke beschaafde samenleving haar gemeenschap probeert te garanderen dat er altijd toegang is tot gezond – lees gezond – voedsel. Dat betekend uw samenleving garanderen dat er steeds brood zal liggen op de plank, fruit in de mand, groenten in de koelkast en zo nu en dan, voor de liefhebbers, vlees op het bord…

Vlaanderen heeft vandaag geen voedselstrategie en ik zie dat met mijn lede boerenogen aan. Net als de klimaatjongeren tekent het Boerenforum verzet aan tegen de kortzichtigheid in ons Vlaanderenland. Blijkbaar zijn onze beleidsmakers te verwend – of moet ik zeggen te verwesterd – om zich met de grond van de zaak bezig te houden… en die zaak is onze toekomst en die van onze kinderen.

En hun kinderen.

En de generaties daarna.

Tijs Boelens

Tijs Boelens is boer bij De Groentelaar en kernlid van het Boerenforum. Tevens harde werker aan een voedselstrategie in regio Pajottenland en Zennevallei en daarvoor naar eigen zeggen sterk aan het samenwerken met het sociaal middenveld in de regio van Halle tot Brussel.

Wervel en Boerenforum laten boeren aan het woord.

De twee alternatieve landbouworganisaties – Wervel en het meer recent opgerichte Boerenforum – bundelen hun krachten om een ander landbouwbeleid te vragen. Met een postkaart, gericht aan minister-president Geert Bourgeois, willen ze aandacht vragen voor een toekomstgericht landbouwbeleid na 2020. “Boeren en boerinnen werken dag in dag uit voor het voedsel en het landschap van de toekomst”, klinkt het. “Een ander beleid is nodig om hen hierin bij te staan.” Daarnaast willen beide organisaties ook de landbouwer zelf aan het woord laten over de situatie waarin ze nu moeten werken. De interviews in een nieuwe brochure lezen als een aanklacht tegen de ‘reëel bestaande landbouw’. Het idee er achter is het volgende: “Door een forum aan te bieden aan verschillende stemmen hopen we het debat te verrijken.”

In 2020 wordt het Europese Gemeenschappelijk landbouwbeleid vernieuwd. Een belangrijke verandering is dat de lidstaten meer de vrijheid en de verantwoordelijkheid krijgen om eigen accenten te leggen. “Daarom wil Wervel dat de toekomstige Vlaamse regering luistert naar de stem van de landbouwers”, laat de organisatie weten. Ook Boerenforum schaarde zich achter het project. Samen gingen ze verschillende landbouwers interviewen om een antwoord te vinden op de vraag ‘Een andere landbouw, hoe kan die er uit zien?’.

“Eigenlijk is er nood aan een grote systeemverandering, namelijk enkel produceren voor de lokale, Belgische markt”, stelt varkenskweker Luc Van Dommelen. “We moeten de helft – het kan ook 40 procent zijn of 60 procent – minder varkens produceren. Daardoor komt er meer plaats voor de varkens in hun hokken, zal er minder stress zijn en ook een betere diergezondheid, uiteraard ook minder antibioticaverbruik. Een lagere productie brengt tevens minder soja-import mee. Maar in ruil is er wel een eerlijke prijs nodig. Op de binnenlandse markt zou dat kunnen.”

Ook Tijs Boelens, akkerbouwer uit het Pajottenland, heeft een eigen visie op het landbouwbeleid. Samen met twee collega’s runt hij een coöperatief groente- en akkerbouwbedrijf, ‘de Groentelaar’. Hij zet vooral in op agro-ecologie. “Het gaat om een manier van denken en handelen die ernaar streeft om de voordelen van de natuur door de boer zelf aan te wenden in de landbouwpraktijk”, legt hij uit.

“Essentieel in agro-ecologie is samenwerking”, vervolgt Boelens. “Een voorbeeld van die samenwerking kan je zien in mijn bedrijfsvoering: een bevriend koppel zocht 15 hectare grond voor de mengteelt van grasklaver voor hun biobedrijf. Een andere boer die 30 hectare bewerkte, maar failliet ging door de melkcrisis van 2009, stelde voor om die te gaan telen op zijn velden. Dat gaf hem de kans om zelf ook naar de biologische teelt om te schakelen en zo minder inputs en meer autonomie te verwerven.”

“Het beleid moet zowel deze voortrekkers ondersteunen, als de conventionele boeren aanmoedigen in de verandering naar een duurzaam en veerkrachtige landbouw”, stellen Wervel en Boerenforum. “Maar bovenal moet er gestreden worden tegen de oneerlijke handelspraktijken en voor het bewerkstelligen van een faire prijs en een goed inkomen voor boeren en boerinnen.”

Benieuwd naar de interviews? Je kan de brochure ‘Boeren aan het woord’ bestellen via de website van Wervel.

Bronhttp://www.vilt.be/wervel-en-boerenforum-laten-boeren-aan-het-woord

Beeld: Wervel / Boerenforum

Workshop Landbouw en klimaatverandering : verslag

Wat zijn de uitdagingen ? Welke acties zijn nodig ?

Op 15 november 2018 kwamen een tachtigtal landbouwers, burgers, academici en mensen uit de klimaatbeweging samen in Aat voor een workshop over landbouw en klimaatverandering. Een dag met interessante presentaties en debatten. Dit artikel vat de belangrijkste discussies en conclusies samen. De workshop werd georganiseerd door FIAN Belgium in samenwerking met Boerenforum, IPES Food, FUGEA en MAP.

Op deze dag stelden Fian ook hun nieuwe Beet the System voor, met 11 interessante artikels over dit thema. Lees de artikels hier in het Frans. Vanaf januari publiceren ze elke maand één van de artikels in het Nederlands. Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven voor de nieuwsbrief van Fian.

Deel 1 : Plenaire gedeelte met presentaties van Olivier de Schutter, Philippe Marbaix en Virginie Raynal

Philippe Divivier van FUGEA zorgde voor een welkomstwoord waarin hij benadrukte dat landbouwers dikwijls met de vinger worden gewezen als het over het klimaat gaat. Tegelijkertijd ondervinden de landbouwers als één van de eerste de impact. Hij riep hen daarom op om het thema niet uit de weg te gaan, maar het vast te grijpen en met oplossingen te komen, want die zijn er.

Het woord ging vervolgens naar Olivier de Schutter, IPES-food. In zijn presentatie legde hij de nadruk op het feit dat het huidige voedselsysteem focust op productiviteitsverhoging en prijsverlaging. Deze manier van produceren brengt echter grote sociale-, milieu en gezondheidskosten voor de samenleving met zich mee. Het systeem wordt in stand gehouden door verschillende factoren die elkaar onderling versterken zoals technologie, consumptiepatronen, ons politiek systeem enz. Agroecology kan hier een antwoord op bieden. Daarom hebben we nood aan een systeemverandering die er enkel kan komen door nieuwe bondgenootschappen aan te gaan, een holistische lange termijn aanpak en een democratisch beheer van onze voedselsystemen.

Na Olivier de Schutter was het de beurt aan Philippe Marbaix, klimatoloog aan de UCL. Hij gaf een overzicht van de huidige situatie met betrekking tot het klimaat. De opwarming van de aarde ligt vandaag ver boven wat historisch normaal was in interglaciale tijden en het is duidelijk dat dit het gevolg is van menselijke activiteit. Hij beschreef de verschillende scenario’s waarin we ons in de toekomst kunnen bevinden afhankelijk van de beslissingen die in de komende jaren genomen zullen worden. Een opwarming van 1,5 graden zal al zware gevolgen hebben zoals droogte en meer extreme weersomstandigheden. Het rendement in de landbouw ondervindt vandaag al gevolgen van de klimaatverandering en dit zal erger worden in de toekomst. De enige oplossing is een onmiddellijke daling van de broeikasgasuitstoot om te komen tot een 0 uitstoot in 2050 en een negatieve netto uitstoot in 2100. Dit zal zeer moeilijk worden in de huidige context waarbij de (nationale en internationale) politieke wil ontbreekt. Om deze doelstellingen te bereiken zal er ook werk moeten worden gemaakt van het vastleggen van koolstof, de zogeheten koolstofsekwestratie. De landbouw vormt een belangrijk aandeel in de uitstoot van broeikasgassen. De voornaamste factoren die hieraan bijdragen zijn de druk op grond, de veeteelt en het gebruik van kunstmeststoffen en pesticiden. Tijdens één van de workshops werd nog eens benadrukt dat 30% van de uitstoot in de landbouw afkomstig is van de productie van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.

Tenslotte nam Virginie Raynal het woord. Zij is een Franse boerin, bestuurslid van la FADEAR (Fédération des Associations pour le développement de l’emploi agricole et rural) en actief lid van de boerenorganisatie Confederation Paysanne. FADEAR ontwikkelde een charter als politiek instrument dat vertrekt vanuit het principe van voedselsoevereiniteit. Dit charter groepeert 10 principes : verdeling van de productie, solidariteit met landbouwers over de wereld, respect voor natuur en grondstoffen, transparantie, kwaliteit, autonomie, samenwerking, biodiversiteit en lange termijns- en globale visie. Het charter heeft als doel om een plaats te verwerven in de maatschappij als landbouwer en producenten te ondersteunen om anders te produceren en te leven. Dit charter werd ook gebruikt als basis om concrete voorstellen voor het GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) uit te werken. De industrialisering van ons landbouwsysteem is gelinkt aan de liberalisering van de handel in landbouwproducten. Het transport dat hiermee gepaard gaat heeft een enorme milieu impact. We moeten naar een herlocalisering van onze productie, maar een geleidelijke transitie is belangrijk. Op vlak van klimaat moeten we ons behoeden voor nieuwe technologieën met een negatieve impact op de landbouw. Wij staan voor voedselsoevereiniteit in plaats van valse oplossingen.

Na afloop van de presentaties was er tijd voor vragen : « welke oplossingen bestaan er voor de landbouw ? » Volgens Olivier de Schutter moeten we om de juiste productiemethodes te promoten uit de economische logica stappen. We moeten de externaliteiten in rekening brengen en goede praktijken belonen. Virginie Raynal vervolgde dat we ons de vraag moeten stellen : « oplossingen voor wat en voor wie ? Agroecology en boer.inn.enlandbouw kunnen een oplossing bieden, maar dit vraagt tijd. » Een tweede vraag uit het publiek ging over het potentieel van koolstofsekwestratie. Phillipe Marbaix antwoordde dat dit een positieve impact kan hebben, maar dat het een illusie is dat de gronden alle menselijke uitstoot zullen kunnen absorberen. Virginie benadrukte dan weer de potentiële negatieve impact van deze maatregel. Zo leiden technieken voor koolstofsekwestratie in sommige gevallen tot een stijging van het gebruik van herbiciden met alle gevolgen van dien. Er is nood aan globale en coherente oplossingen. Geen technische interventies met ongewenste neveneffecten.

Deel 2 : Workshops

De effecten van de klimaatopwarming op de landbouw in de praktijk : welke steun voor landbouwers is er nodig ? Welke landbouwpraktijken verhogen de weerbaarheid tegen de klimaatopwarming en vermijden eraan bij te dragen ?

De workshop ging van start met de getuigenissen over weerbare landbouwpraktijken van Vincent Delobel (veehouder – melkgeiten), Rudolf Köchli (landbouwkundige en boer), Florine Marot (Milieuverantwoordelijke bij FUGEA) en Tijs Boelens (groententeler) . Enkele voorbeelden van goede praktijken die gedeeld werden : grasland combineren met soorten die bijzonder goed bestand zijn tegen droogte, mestbeheer en vruchtwisseling, gewasdiversificatie, herintroductie van peulvruchten, valorisatie van het grasland.

Enkele gedeelde conclusies van de workshop zijn dat klimaatsverandering niet alle landbouwers op dezelfde manier treft. Er is een verschil tussen de veetelers met extensievere akkerbouw en groentetelers met intensieve bewerkingen en teeltplannen. Autonomie van de boerderij is essentieel, zowel op vlak van productie (input) als op vlak van commercialisering. Het economisch aspect mag geen taboe zijn. Er is een sterk verband tussen toegepaste praktijken en wat economisch mogelijk is. Hier speelt de prijs en steun vanuit de overheid een belangrijk rol. Tijs Boelens benadrukte dat dit zeer duidelijk is in de Belgische context : de Waalse overheid ondersteunt initiatieven die de autonomie van de boer verhogen en korte-keten-initiatieven op weg helpen naar een performante strategie ; In Vlaanderen is dit (nagenoeg) afwezig. Daardoor gaan de twee regio’s aan zeer verschillende snelheden vooruit. Vlaanderen hinkt met haar focus op de export helemaal achterop en verwaarloost de korte keten. Dit is zeer voelbaar in de Brusselse markt. Waar Waalse boeren vaak gezamenlijk deze markt aansnijden is het voor Vlaamse boeren vaak een individueel verhaal. Dit heeft te maken met subsidies en politieke wil.

De workshop eindigde met een discussie rond de moeilijkheden om praktijken te veranderen in een systeem dat aanzet tot conventionele praktijken door middel van subsidies (schaalvergroting, technologische investeringen, productiviteitsverhoging en prijsverlaging). Er werd nadruk gelegd op het feit dat we niet de individuele landbouwers moeten stigmatiseren, maar het systeem zelf moeten veranderen. Dit is een essentieel verschil en dat kwam naar boven door de verontwaardiging bij enkele gangbare boeren. Zij voelen zich soms behandeld als misdadigers. Door collega’s in de zaal werd hen gevraagd welke technieken en praktijken ze gebruiken. Het is duidelijk dat veel conventionele boeren wel degelijk bezorgd zijn voor het klimaat en klimaatvriendelijke strategieën proberen te implementeren. De complete omvorming van hun bedrijven is echter om verschillende redenen (leeftijd, overname, contracten, …) geen optie. Er was veel onderling begrip hiervoor. De conclusie was dat het een proces moet zijn waarbij de langetermijnvisie van de overheid voor de landbouwsector een sterke impuls kan vormen.

Welke rol is weggelegd voor het middenveld, de beweging voor voedselsoevereiniteit en de klimaatbeweging op vlak van strategie, allianties en acties ?

Sebastien Kennes van Rencontre des Continents introduceerde de workshop. Er bestaan vandaag al heel wat initiatieven rond kwaliteitsvolle en duurzame voeding. Deze, vaak stedelijke, initiatieven focussen in veel gevallen op alle delen van de keten. Het kader waarbinnen de initiatieven ontstaan is echter niet gewijzigd. Het bestaande paradigma in de samenleving blijft intact : het GLB, vrijhandelsakkoorden, valse oplossingen (GGO’s, agrobrandstoffen,…). Structureel verandert er weinig tot niets. Hierdoor blijven deze initiatieven opereren in de marge.

De focus van het debat ging naar welke strategie voor verandering kan zorgen. Hervorming of revolutie ? Kunnen we van binnenuit verandering genereren ? Het laatste deel van de discussie ging over de noodzaak om allianties te creëren tussen verschillende belgische netwerken, de nood aan een culturele convergentie en de vraag hoe we mensen warm kunnen maken voor het klimaatvraagstuk. Résap (netwerk ter ondersteuning aan de boer.inn.enlandbouw ) en AIA (agroecology in Action) kwamen aan bod. Deze netwerken groeperen verschillende actoren, maar het klimaatvraagstuk krijgt nog te weinig aandacht.

Welk beleid is er nodig om in te spelen op de link tussen landbouw en klimaatverandering ?

Rebecca Thissen (CNCD-11.11.11) en Manuel Eggen (FIAN Belgium) presenteerden aan de start van deze workshop het werk en de aanbevelingen van de klimaatcoalitie en van Agroecology in Action. Nadien volgde er een discussie over de prioriteiten en de manier waarop er druk gezet kan worden op beleidsmakers.

De klimaatcoalitie brengt een zeventigtal Belgische organisaties, vakbonden en sociale bewegingen samen rond klimaatrechtvaardigheid. Voor de klimaatcoalitie vormt een stijging van 1,5 graden de rode lijn. Hiervoor is er nood aan een ambitieus Europees en Belgisch klimaatbeleid en aan internationale solidariteit. AIA verzamelt een dertigtal organisaties en burgercollectieven rond een tranitie van voedselsystemen. Ze ontwikkelden een engagementsverklaring en een memorandum waarin hun beleidsaanbevelingen gebundeld worden. Enkele hiervan zijn een democratisch beheer van voedselsystemen, bescherming van grond en grondstoffen en deze inzetten voor agroecologische projecten, promoten van korte keten en consumptie van agroecologische producten, het garanderen van het recht op voedsel en versterken van solidariteitsmechanismes.

Uit de discussie die volgde kwamen drie prioritaire thema’s naar voren en werden een dertigtal aanbevelingen geformuleerd. De essentiële elementen zijn toegang tot grond voor landbouwers en ondersteuning voor startende boer.inn.en. Het belang van financiële steun vanuit de overheid voor een agroecologische transitie en de noodzaak om onze consumptiepatronen aan te passen, te beginnen bij de scholen.

De dag eindigde met een gezellige drink waarop nog duchtig werd nagepraat. Wordt vervolgd…

Lees onze Beet the System over dit thema (in het Frans, maar vanaf januari elke maand één aritkel in Nederlands via onze nieuwsbrief)

Voor meer gedetailleerde info over de workshop (in het Frans) :

Je kan de opnames van de verschillende presentaties terugvinden op de facebookpagina van FIAN Belgium : Olivier De Schutter (IPES-Food), Philippe Marbaix (UCL Earth and Climate) et Virginie Raynal (Confédération Paysanne)
- https://www.facebook.com/fianbelgium.fian/videos/184731649139810/
- https://www.facebook.com/fianbelgium.fian/videos/192412898380470/
- https://www.facebook.com/fianbelgium.fian/videos/1864243620297857/

BRON: https://www.fian.be/Workshop-Landbouw-en-klimaatverandering-verslag?lang=fr&var_mode=calcul  

‘Zullen ook onze boeren straks in een geel hesje verschijnen?’

Esmeralda Borgo, coördinator van Voedsel Anders (een samenwerking van 25 organisaties die pleiten voor agro-ecologische landbouw), trekt aan de alarmbel. Beleidsvoerders blijven volgens haar ‘halsstarrig kiezen voor het oude, falende recept van schaalvergroting, productieverhoging en export’.

 Gehavende agenten tijdens een betoging van landbouwers, 7 september 2015. © Belga

Vandaag stelde het Vlaamse Departement Landbouw en Visserij de resultaten van het Landbouwrapport (LARA) voor. ‘Steeds meer leiden marktmechanismen en machtsverhoudingen in de keten tot een (te) laag inkomen van de landbouwer’, is een van de vaststellingen.

Dit probleem is al lang gekend en toch blijven beleidsvoerders tot nog toe halsstarrig kiezen voor het oude, falende recept van schaalvergroting, productieverhoging en export.

De voorbereiding van het strategisch landbouwplan in uitvoering van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid post 2020 biedt opnieuw kansen voor een radicale keuze voor een ander landbouw- en voedselsysteem. Zal Vlaanderen deze kans grijpen? Of moeten de resterende boeren straks ook in gele hesjes de straat op?

In de 28 lidstaten van de Europese Unie bedraagt het inkomen van de landbouwer slechts 40% van de gemiddelde lonen in de economie, aldus het LARA. Landbouwproducten zijn goedkoop, terwijl de grondstofprijzen continu stijgen. In de laatste tien jaar verdrievoudigde de prijs van meststoffen, terwijl die van gewasbeschermingsmiddelen steeg met een kwart. In diezelfde periode ging de grondprijs met een factor vier omhoog. Dure investeringen leggen een zware last op onze boeren. Zij hebben gemiddeld vijftien jaar nodig om die terug te betalen, terwijl de terugverdientijd voor investeringen in de verwerkende industrie amper twee tot vier jaar bedraagt.

Nieuwe normen die enkel gericht zijn op eco-efficiëntie maar de totale productie niet afremmen, stimuleren de tendens tot stopzetting én schaalvergroting bij de resterende bedrijven. Technische maatregelen die leiden tot een efficiëntiestijging per kilo of liter product laten toe dat meer melk uit een koe kan geperst worden, maar leiden niet noodzakelijk tot een absolute afname van de milieudruk. Dat komt omdat ze veelal gepaard gaan met een grotere veestapel. Een zekere schaalomvang is immers nodig om de investering te laten renderen.

Boeren komen in een wurggreep van schulden terecht en hebben geen ruimte meer om een alternatief verdienmodel te overwegen. Vooral de dierlijke sector heeft het moeilijk. De varkenssector is erg kwetsbaar omdat die veel te afhankelijk is van de export: België kent een zelfvoorzieningsgraad van 252% voor varkensvlees. Het Russische embargo deed de sector in 2014 in een crisis storten en dit jaar boycotten de Aziatische landen ons varkensvlees als gevolg van de zieke everzwijnen in Wallonië. Ook in de gespecialiseerde vleesveesector dalen de opbrengsten en stijgen de kosten, waardoor het familiaal arbeidsinkomen in 2016 gedaald is tot een dieptepunt van slechts 10.132 euro, aldus het LARA. 63% van de vleesveehouders die deelnamen aan een enquête van de overheid verklaart ronduit ontevreden te zijn met hun inkomen. Daar komt nog bij dat liefst 80% van dat inkomen afkomstig van de Europese premies.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de landbouwbevolking vergrijst: Vlaamse boeren zijn gemiddeld 54 jaar. Liefst 52% van de vijftig plussers heeft geen opvolger. Op 17 jaar tijd is het aantal boerderijen met 43% teruggelopen. Als deze trend zich verderzet, telt Vlaanderen in 2022 minder dan 20.000 boerderijen. De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf is wel met een derde gestegen sedert 2007. Zelfstandige boeren moeten het onderspit delven ten gunste van de steeds groter wordende landbouwondernemingen.

Al deze sociale problemen zijn het rechtstreekse gevolg van een achterhaald landbouwbeleid, dat ooit door Europa werd vormgegeven opdat Europeanen nooit meer honger zouden hebben. Na de tweede wereldoorlog was dergelijk beleid logisch. Maar vandaag ligt de focus nog altijd op die goedkope bulkproductie, ook al zijn de hedendaagse uitdagingen op het platteland compleet veranderd. Vlaanderen en Europa produceren al lang niet meer voor de eigen bevolking maar voor de export. Niet alleen onze boeren lijden daaronder, maar ook de boeren in het zuiden, die op hun lokale markten niet kunnen concurreren met geïmporteerde producten aan goedkope wereldmarktprijzen. En niet alleen boeren in noorden en zuiden lijden, ook het milieu kreunt onder dit beleid van monoculturen en productiegroei voor de export.

Het oude landbouwmodel heeft een te enge interpretatie van wat landbouw allemaal te bieden heeft. Gelukkig zien we ook nieuwe boeren opduiken. Via afzet langs de korte keten zoeken ze weer rechtstreeks contact met hun consumenten, die daardoor opnieuw waardering krijgen voor de kwaliteit van het voedsel dat ze eten. Consumenten die aansluiten bij een CSA-boerderij dragen samen met de boer de risico’s die gepaard gaan met voedselproductie. Agro-ecologische boeren werken aan een gezonde bodem en onderzoeken continu hoe ze zo optimaal mogelijk de kringloop kunnen sluiten. Veeboeren gaan dan samenwerken met plantaardige producenten. Ze diversifiëren hun aanbod waardoor ze economisch weerbaarder zijn. Ze dragen zorg voor de omgevende natuur en bevorderen hierdoor het behoud van de ecosysteemdiensten – zoals proper water en zuivere lucht – die de natuur ons levert. Agro-ecologie is een belangrijke pijler om tot duurzamere voedselproductie te komen, erkent het FAO, de internationale voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Een internationaal panel van deskundigen voor duurzame voedselsystemen, IPES-Food, benadrukt rapport na rapport het belang van een transitie naar dit alternatieve voedselmodel om ervoor te zorgen dat ook toekomstige generaties voldoende en kwaliteitsvol voedsel kunnen produceren. De uitdaging is om deze relatief kleine initiatieven op een grotere schaal te brengen.

Zal Vlaanderen voldoende politieke moed aan de dag leggen en de kans grijpen de middelen te gebruiken om boeren uit de wurggreep van schaalvergroting en exportgerichte bulkproductie te halen?

Nu Europa besloten heeft om de verantwoordelijkheid voor het landbouwbeleid veel meer in handen van de lidstaten te leggen, krijgt Vlaanderen een uitgelezen kans om werk te maken van een echt duurzaam landbouw- en voedselbeleid, een beleid waarbij boeren boer mogen blijven. Vandaag vinden immers de voorbereidingen plaats voor het landbouwbeleid voor de periode na 2020. Zal Vlaanderen voldoende politieke moed aan de dag leggen en de kans grijpen de middelen te gebruiken om boeren uit de wurggreep van schaalvergroting en exportgerichte bulkproductie te halen? Slaagt Vlaanderen erin om jonge nieuwkomers weer goesting te doen krijgen om lekker en gezond eten te produceren in een aantrekkelijk landschap waar ze de zorg op zich nemen voor onze ecosysteemdiensten?

Of blijft Vlaanderen kiezen voor een achterhaald voedselmodel en moeten op het einde van de rit alle boeren plaats ruimen voor grote ondernemingen? Wellicht zouden ze dan wel ’s hun geel hesje kunnen aantrekken… voor zover ze nog niet kopje onder gegaan zijn.
BRON: https://www.knack.be/nieuws/planet-earth/zullen-ook-onze-boeren-straks-in-een-geel-hesje-verschijnen/article-opinion-1405895.html